Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Molenlanden 2019 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk ALGEMENE BEPALINGEN
Hoofdstuk OPENBARE ORDE
Hoofdstuk SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAAT-PROSTITUTIE E.D.
Hoofdstuk BESCHERMING VAN HET MILIEU EN NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN DER GEMEENTE
Hoofdstuk ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
Hoofdstuk STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Hoofdstuk

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet;

  2. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  3. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;

  4. college: het college van burgemeester en wethouders;

  5. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  6. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

  7. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  8. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  9. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  10. openbare plaats: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek;

  11. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  12. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990);

  13. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

  14. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

  15. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

  16. e.d. (en dergelijke): zaken van hetzelfde soort waarbij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze tot dezelfde categorie behoren.

  17. lex silencio positivo: letterlijk betekent dit “ wettelijk in stilte positief”. Een aangevraagde vergunning wordt stilzwijgend verleend indien niet binnen de vereiste termijn is gereageerd of beslist.

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen zes weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste vier weken verlengen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1:4

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:5

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

    1. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

    3. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    4. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

    5. indien de houder dit verzoekt.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:7

Termijnen

  1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8

Weigeringsgronden

  1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan zes weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Artikel 1:10

Lex silencio positivo buiten toepassing verklaard

(Gereserveerd)

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Molenlanden 2019