1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Standplaatsen op of aan het ijs zijn van het verbod uitgezonderd, waarbij geldt dat de standplaats niet mag worden ingenomen, binnen:

  2. een afstand van 200 meter van een horecabedrijf;

  3. een afstand van 50 meter van stempelposten (van de organisatie Molentocht);

  4. een afstand van 50 meter van bruggen;

  5. indien daardoor de veiligheid op het ijs in gevaar wordt gebracht.

  6. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

  7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van een vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

  8. Voor toepassing van dit artikel, inclusief weigeringsgronden, wordt verwezen naar het Standplaatsenbeleid Molenlanden.

  9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.