1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van ontoelaatbare overlast voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten..

  2. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven als er naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

  3. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.

  4. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend gemaakt is, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven. Bekendmaking voor derden zal gebeuren door het aanplakken van het bericht tot sluiting op het gesloten gebouw.

  5. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het vierde lid bedoelde bericht wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.