1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan als het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg.

  2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen, bouwcontainers en reclameborden.

  3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

  4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    1. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    2. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en

    3. reclameborden, mits de borden maximaal drie weken vóór aanvang van de activiteit waarop de aankondiging (op de borden) ziet worden geplaatst én het aantal beperkt blijft, dat wil zeggen in verhouding staat met de omvang van de gemeentekern alwaar de borden worden geplaatst.

    4. bouwcontainers en dergelijke tot een plaatsingsduur van maximaal 3 maanden.

  5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

  6. Op de ontheffing, bedoeld in het derde lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.