Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Meerssen 2023 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
AFDELING VOORKOMEN OF BESTRIJDEN VAN ONGEREGELDHEDEN
AFDELING EVENEMENTEN
AFDELING TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN EN ANDERE OPENBARE INRICHTINGEN
AFDELING REGULERING PARACOMMERCIËLE RECHTSPERSONEN EN OVERIGE AANGELEGENHEDEN UIT DE ALCOHOLWET
AFDELING TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF
AFDELING Toezicht op speelgelegenheden
AFDELING MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN OVERLAST, GEVAAR OF SCHADE
AFDELING BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN
AFDELING CONSUMENTENVUURWERK, CARBIDSCHIETEN EN KLAPHAMERS
AFDELING DRUGSOVERLAST
AFDELING BIJZONDERE BEVOEGDHEDEN VAN DE BURGEMEESTER
AFDELING TOEZICHT OP BEDRIJFSMATIGE ACTIVITEITEN EN GEBOUWEN
HOOFDSTUK REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

AFDELING

TOEZICHT OP BEDRIJFSMATIGE ACTIVITEITEN EN GEBOUWEN

Artikel 2:80

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, of daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

  • beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten;

  • exploitant: natuurlijke persoon of personen, de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

Artikel 2:80a

Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen

  1. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit het tweede lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied de leefbaarheid of de openbare orde of veiligheid onder druk komt te staan. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of openbare orde of veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.

  2. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:

    1. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteiten; of

    2. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

  3. De aanvraag daartoe dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  4. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

  5. De vergunning wordt uitsluitend aan natuurlijke personen verleend. De vergunning is persoons- en gebouwgebonden en kan niet worden overgedragen. Indien het bedrijf geëxploiteerd wordt door een Vennootschap onder Firma of een Commanditaire Vennootschap, dan dienen alle (beherende) vennoten afzonderlijk als exploitant op de vergunning vermeld te worden.

  6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.

  7. In afwijking van het tweede lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

  8. Op de vergunning als bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:80b

Weigeringsgronden

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning als bedoeld in artikel 2:80a geweigerd:

    1. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn;

    2. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    3. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer; of

    4. indien de exploitant of een of meer beheerders van het bedrijf binnen drie jaar vóór de indiending van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde of veiligheid, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

  2. De vergunning als bedoeld in artikel 2:80a kan worden geweigerd:

    1. indien de woon- of leefsituatie in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

    2. indien de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of

    3. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten.

Artikel 2:80c

Beheerder

  1. De exploitant van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:80 kan beheerders aanstellen.

  2. De exploitant verzoekt de burgemeester om de beheerder bij te schrijven op het aanhangsel bij de vergunning. Bij dit verzoek dient de exploitant het arbeidscontract met de beheerder te overleggen.

  3. Een beheerder die in enig opzicht van slecht levensgedrag is, wordt geweigerd of verwijderd van het aanhangsel.

  4. Het is verboden een bedrijf als bedoeld in artikel 2:80, voor het publiek geopend te hebben indien in het bedrijf geen exploitant of beheerder feitelijk aanwezig is.

Artikel 2:80d

Intrekking of wijziging vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een vergunning als bedoeld in artikel 2:80a eerste lid intrekken of wijzigen indien:

  1. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  2. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf, dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed;

  3. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

  4. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  5. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie;

  6. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is;

  7. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4;

  8. door het bedrijf de openbare orde of veiligheid wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of

  9. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed.

Artikel 2:80e

Bevelen tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan, al dan niet voor een bepaalde termijn, de sluiting van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:80a bevelen indien:

    1. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2:80a, tweede lid;

    2. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; of

    3. gehandeld wordt in strijd met het bepaalde in artikel 2:80c, vierde lid.

  2. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

  3. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Meerssen 2023