1. De burgemeester kan, al dan niet voor een bepaalde termijn, de sluiting van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:80a bevelen indien:

    1. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2:80a, tweede lid;

    2. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; of

    3. gehandeld wordt in strijd met het bepaalde in artikel 2:80c, vierde lid.

  2. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

  3. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.