Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een vergunning als bedoeld in artikel 2:80a eerste lid intrekken of wijzigen indien:

  1. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  2. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf, dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed;

  3. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

  4. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  5. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie;

  6. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is;

  7. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4;

  8. door het bedrijf de openbare orde of veiligheid wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of

  9. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed.