Algemene plaatselijke verordening gemeente Medemblik 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
HOOFDSTUK Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en dergelijke
Afdeling Algemene bepalingen
AFDELING Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
AFDELING Beslistermijn en weigeringsgronden
AFDELING Beëindiging, exploitatie en wijziging beheer
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

Artikel 4:1

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990);

  2. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen. Aanhangwagens, scootmobielen en (brom)fietsen vallen uitdrukkelijk onder de begripsbepaling voertuigen.

Artikel 4:2

Te koop aanbieden van voertuigen

  1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:3

Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 4:4

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op een openbare plaats te parkeren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 4:5

Kampeermiddelen en andere voertuigen

  1. langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;

  2. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd dan wel een kampeerauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen:

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door de vigerende omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland.

  4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:6

Parkeren van reclamevoertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:7

Parkeren van grote voertuigen

  1. voertuigen die betrokken zijn bij de uitvoering van infrastructurele werken en bouwwerken, voor zover zij in de onmiddellijke nabijheid van het werk worden geparkeerd;

  2. voertuigen die in het winterseizoen worden ingezet voor de gladheidbestrijding;

  3. chauffeurs die een schriftelijke medische verklaring kunnen overleggen, waaruit blijkt dat betrokkene zonder ontheffing in moeilijkheden kan komen;

  4. rijdende winkels;

  5. voertuigen van circus- en kermisexploitanten, vijf dagen voor tot twee dagen na de circus of kermis waar zij een standplaats hebben (parkeerlocatie op aanwijzing van de gemeente);

  6. voertuigen van standplaatshouders van de warenmarkt, waar zij een standplaats hebben, (parkeerlocatie op aanwijzing van de gemeente);

  7. lijnbussen of bussen die schoolvervoer faciliteren;

  8. voertuigen die zijn geparkeerd op aangewezen terreinen;

  9. voertuig dat wordt gebruikt voor een bevolkingsonderzoek;

  10. voertuigen die worden gebruikt voor de rampen en crisisbeheersing.

  1. Het is verboden binnen de bebouwde kom een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een van het langste punt gemeten lengte heeft van meer dan 6 meter of een vanaf de grond gemeten hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet op door het college aangewezen plaatsen en tijden waar dit naar hun oordeel niet buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte en niet schadelijk is voor het aanzien van de gemeente.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

  4. Het eerste lid is voorts niet van toepassing op:

  5. Het college kan voor de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

  6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:8

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. de weg;

  2. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;

  3. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.

  2. Het verbod is niet van toepassing op:

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 4:9

Overlast van fiets en bromfiets

  1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen op de weg gelegen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  2. Het is verboden om op een openbare plaats een fiets of bromfiets langer dan twee weken onafgebroken te stallen.

Artikel 4:10

Definitie

  1. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

  2. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet of artikel 7.9 van de Vfl;

  3. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 7.11 van de Vfl.

  1. Onder venten wordt verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.

  2. Onder venten wordt niet verstaan:

Artikel 4:11

Ventverbod

  1. Het is verboden te venten op door het college in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid de volksgezondheid of het milieu aangewezen plaatsen, dagen of uren.

  2. Het is verboden te venten op zondagen, op maandag tot en met zaterdag tussen 19.00 uur en 08.00 uur.

  3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

  4. Het in lid twee omschreven verbod voor de zondagen geldt niet voor de verkoop van ijs.

Artikel 4:12

Gebruik gemeentewapen

  1. Gebruik van het gemeentewapen door derden is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van het college.

  2. Op de aanvraag om schriftelijke toestemming bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 4:13

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 4:14

Veiligheid op of in het water

  1. Het is aan eenieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de vigerende omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland.

Artikel 4:15

Overlast vaartuigen

  1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

  2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Artikel 4:16

Vaartuigwrakken

  1. Het is verboden een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud, in een kennelijke verwaarloosde toestand, deels gezonken of geheel gezonken is in de openbare wateren te laten liggen.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 4:17

Crossterreinen

  1. de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren;

  1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd of buiten wedstrijdverband een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

  2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door:

  3. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing op terreinen aangewezen middels artikel 7.31 Vfl.

Artikel 4:18

Beperking verkeer in natuurgebieden

  1. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

  2. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen zoals bedoeld in het eerste lid;

  3. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

  4. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen zoals bedoeld in het eerste lid;

  5. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

  1. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994;

  2. binnen de bij of krachtens de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens deze verordeningen zijn aangewezen als “toestel”;

  3. terreinen aangewezen middels artikel 7.32 Vfl.

  1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

  2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:

  3. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing:

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 4:19

Geluidhinder door geluidsapparaat, machine of handeling in de openlucht

  1. deze werkzaamheden niet langer dan vijf dagen duren;

  2. de omwonenden tijdig op de hoogte zijn gebracht van de mogelijke geluidhinder; en

  3. de geluidimmissie op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidsgevoelige gebouw tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer bedraagt dan LAr,LT = 75 dB(A).

  1. op inrichtingen, die daarvoor een vergunning hebben;

  2. op de bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden;

  3. voor zover in het onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland.

  1. Het is verboden in de openlucht een geluidsapparaat, of machine in werking te hebben of handelingen te verrichten die voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder veroorzaken.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Onverkort het gestelde in dit artikel of in de ontheffing, wordt bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de best beschikbare stille technieken.

  4. Het verbod is niet van toepassing op wegonderhoud of onderhoud aan spoorwegen onder de voorwaarden dat:

  5. Het verbod is voorts niet van toepassing:

Artikel 4:20

Geluidhinder van knalapparaten

  1. Het is verboden om zonder voorafgaande melding aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord knalapparaten te gebruiken om vogels en wild te verjagen.

  2. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de voorwaarden die aan de melding en aan het gebruik van knalapparatuur worden gesteld.

  3. Het college kan een ontheffing verlenen indien niet aan de vereisten van een melding kan worden voldaan.

Artikel 4:21

Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.

Artikel 4:22

Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:23

Noodkap

Het eerste lid van artikel 7.7 Vfl is niet van toepassing als het college toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met spoedeisend belang voor de openbare orde of een acuut gevaar voor personen of goederen.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Medemblik 2025