Algemene plaatselijke verordening gemeente Medemblik 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
HOOFDSTUK Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en dergelijke
Afdeling Algemene bepalingen
AFDELING Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
AFDELING Beslistermijn en weigeringsgronden
AFDELING Beëindiging, exploitatie en wijziging beheer
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

AFDELING

Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke

Artikel 3:3

Seksinrichtingen

  1. de persoonsgegevens van de exploitant;

  2. de persoonsgegevens van de beheerder en

  3. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

  1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

  3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  4. Een vergunning kan slechts voor één seksinrichting worden verleend.

  5. De vergunning wordt voor een periode van maximaal vijf jaar verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.

  6. De vergunning kan ten hoogste eenmaal met maximaal vijf jaar worden verlengd.

Artikel 3:4

Gedragseisen exploitant en beheerder

  1. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;

  2. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en

  3. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

  1. met toepassing van het artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;

  2. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;

  3. binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

    • bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen;

    • de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

    • de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

    • de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen;

    • de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

    • de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

  1. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;

  2. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.

  1. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

  2. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

  1. De exploitant en de beheerder:

  2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet:

  3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld:

  4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:

  5. De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3:5

Sluitingstijden

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen 00.00 uur en 06.00 uur.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.

  3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:6, eerste lid van deze verordening, gesloten dient te zijn.

  4. Het is een exploitant of beheerder verboden personen toe te laten of te laten verblijven in de seksinrichting die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

  5. Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Omgevingswet gebaseerde voorschriften.

Artikel 3:6

Tijdelijke afwijking sluitingstijden en (tijdelijke) sluiting

  1. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:5, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;

  2. van een (afzonderlijke) seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

  1. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:12, tweede lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op grond van artikel 3:41, tweede lid van deze wet.

Artikel 3:7

Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

  1. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en

  2. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met of krachtens het bepaalde in de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000.

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:3, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.

  2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:

Artikel 3:8

Straatprostitutie

  1. op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;

  2. gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.

  1. Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken:

  2. Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door het bevoegd gezag het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  3. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in dit artikel van deze verordening, kan door het bevoegd gezag aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  4. De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in dit artikel aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder a of b van deze verordening.

  5. De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Medemblik 2025