Algemene plaatselijke verordening gemeente Medemblik 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
HOOFDSTUK Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en dergelijke
Afdeling Algemene bepalingen
AFDELING Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
AFDELING Beslistermijn en weigeringsgronden
AFDELING Beëindiging, exploitatie en wijziging beheer
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Exploitatievergunningen

Artikel 2:37

Begripsbepalingen

  1. Bedrijfsmatige activiteit: een activiteit die anders dan om niet plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw of een daarbij horend perceel, in de openbare ruimte, of in enige andere ruimte.

  2. Exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of de gevolmachtigden voor wiens rekening en risico een bedrijf wordt geëxploiteerd of de bedrijfsmatige activiteiten worden geëxploiteerd.

  3. Bedrijfsleider: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten.

Artikel 2:38

Exploitatievergunning uitoefening bedrijf

  1. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:39 aangewezen gebouw, straat of gebied; of

  2. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:39 aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen:

  2. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd door de exploitant.

  3. Bij het aanwijzen van gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:39 stelt de burgemeester vast welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag moeten worden ingediend.

Artikel 2:39

Aanwijzing gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten

  1. De burgemeester kan gebouwen, straten, gebieden, bedrijfsmatige activiteiten of een combinatie daarvan aanwijzen wanneer in of rondom dat gebouw, die straat, dat gebied of ten gevolge van die bedrijfsmatige activiteit de leefbaarheid, de openbare orde of veiligheid onder druk staat of aannemelijk is dat deze onder druk kan komen te staan of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten.

  2. Een gebouw, straat of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in die straat dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester het woon- en leefklimaat of de openbare orde en veiligheid onder druk staat of er signalen zijn van ondermijnende activiteiten.

  3. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat of er signalen zijn van ondermijnende activiteiten.

Artikel 2:40

Eisen aan de exploitant en de bedrijfsleider

De exploitant en de bedrijfsleider:

  1. staan niet onder curatele of bewind; of

  2. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag.

Artikel 2:41

Weigeringsgronden

  1. als de exploitant of de bedrijfsleider niet voldoet aan de in artikel 2:40 gestelde eisen;

  2. op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door een bestuursorgaan;

  3. als de exploitant of een van de bedrijfsleiders van het bedrijf drie jaar voor de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, aantasting van het woon- en leefklimaat gesloten is geweest of waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken; of

  4. als niet wordt voldaan aan specifieke voorwaarden die zijn opgenomen in het aanwijzingsbesluit.

  1. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

  2. als naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf of de openbare orde of veiligheid, door de wijze van exploitatie, dreigt te worden beïnvloed of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten;

  3. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; of

  4. als er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:38 geweigerd:

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:38 weigeren:

Artikel 2:42

Intrekking- en wijzigingsgronden

  1. er in het bedrijf of bij de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

  2. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd; of

  3. op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  1. door het bedrijf of de bedrijfsmatige activiteiten de openbare orde of veiligheid wordt aangetast;

  2. door het bedrijf of de bedrijfsmatige activiteiten de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  3. de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan de in artikel 2:40 gestelde eisen;

  4. de exploitant of leidinggevende(n) bij of krachtens deze verordening gestelde regels niet nakomt;

  5. de exploitant of leidinggevende(n) betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed;

  6. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  7. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 trekt de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:38 in als:

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:38 intrekken of wijzigen als:

Artikel 2:43

Sluiting

  1. De burgemeester kan de sluiting van een gebouw of locatie bevelen indien daar een bedrijf of bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd in strijd met het verbod uit het eerste lid van artikel 2:38.

  2. Het is eenieder verboden een gesloten gebouw of locatie te betreden of daarin te verblijven.

  3. De sluiting wordt door de burgemeester opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Artikel 2:44

Overgangsrecht

Voor aangewezen gebouwen, straten, gebieden waarbinnen reeds bedrijfsmatige activiteiten worden geëxploiteerd of voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten die op het tijdstip van aanwijzing reeds worden geëxploiteerd stelt de burgemeester een termijn vast waarop de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:38 in werking treedt.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Medemblik 2025