voertuigen die betrokken zijn bij de uitvoering van infrastructurele werken en bouwwerken, voor zover zij in de onmiddellijke nabijheid van het werk worden geparkeerd;
voertuigen die in het winterseizoen worden ingezet voor de gladheidbestrijding;
chauffeurs die een schriftelijke medische verklaring kunnen overleggen, waaruit blijkt dat betrokkene zonder ontheffing in moeilijkheden kan komen;
rijdende winkels;
voertuigen van circus- en kermisexploitanten, vijf dagen voor tot twee dagen na de circus of kermis waar zij een standplaats hebben (parkeerlocatie op aanwijzing van de gemeente);
voertuigen van standplaatshouders van de warenmarkt, waar zij een standplaats hebben, (parkeerlocatie op aanwijzing van de gemeente);
lijnbussen of bussen die schoolvervoer faciliteren;
voertuigen die zijn geparkeerd op aangewezen terreinen;
voertuig dat wordt gebruikt voor een bevolkingsonderzoek;
voertuigen die worden gebruikt voor de rampen en crisisbeheersing.
-
Het is verboden binnen de bebouwde kom een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een van het langste punt gemeten lengte heeft van meer dan 6 meter of een vanaf de grond gemeten hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet op door het college aangewezen plaatsen en tijden waar dit naar hun oordeel niet buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte en niet schadelijk is voor het aanzien van de gemeente.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
-
Het eerste lid is voorts niet van toepassing op:
-
Het college kan voor de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.