1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze afdeling verleende vergunning ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning is verleend;

  2. Degene aan wie krachtens deze afdeling een vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.