-
In afdeling 4 en 5 wordt onder openbare inrichting verstaan: een hotel, restaurant (waaronder ook afhaal- en bezorgcentra*), pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid, verstrekt of voor afhaal/bezorging worden aangeboden.
*Afhaal- en bezorgcentrum: Een inrichting of bedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het bereiden en/of verpakken van etenswaren of dranken voor directe consumptie elders dan ter plaatse, dan wel geen of slechts beperkte verkoop ter plaatse plaatsvindt, en waarvan de bedrijfsvoering primair bestaat uit het afhalen of bezorgen van maaltijden.
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
-
Horecabedrijf: de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse (artikel 1 Alcoholwet).
-
Horecaconcentratiegebied: het gebied waarin gelegen de openbare inrichtingen waarvoor de sluitingstijden worden bepaald op basis van artikel 2:29b en d, te weten; Markt, St. Janstraat en Birgittinessenstraat t/m nr. 1c., Uden.
-
Nachtinrichting: een als zodanig door de burgemeester vergunde openbare inrichting.
-
Exploitant: degene die een inrichting exploiteert of daarin de feitelijke leiding heeft.
-
Terras: een buiten de lokaliteit van de inrichting liggend deel van de inrichting waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Het terras en andere aanhorigheden maken onderdeel uit van de inrichting.
-
Dinsdagnacht: de nacht van dinsdag op woensdag.
-
Woensdagnacht: de nacht van woensdag op donderdag.
-
Donderdagnacht: de nacht van donderdag op vrijdag.
-
Vrijdagnacht: de nacht van vrijdag op zaterdag.
-
Zaterdagnacht: de nacht van zaterdag op zondag.
-
Zondagnacht: de nacht van zondag op maandag.
Algemene Plaatselijke Verordening Maashorst BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning of in afwijking van de vergunning van de burgemeester.
-
Leidinggevenden van de openbare inrichting voldoen aan de volgende eisen:
zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag als bedoeld in de Alcoholwet;
zij mogen niet onder curatele staan.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is, als bedoeld in de Alcoholwet.
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke situatie niet in overeenstemming is met de ingediende aanvraag;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in strijd zal worden gehandeld met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
Eén of meer leidinggevenden niet voldoen aan de eisen genoemd onder lid 2.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
museum; of
bedrijfskantine of -restaurant
inrichting die wordt geëxploiteerd door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Alcoholwet.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning door de burgemeester worden ingetrokken indien zich in de nabijheid van de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die -naar oordeel van de burgemeester – de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat of de zedelijkheid.
-
De burgemeester vermeldt in de vergunning;
De exploitant
De plaats waar de inrichting zich bevindt;
De situering en de oppervlakten van de horecalokaliteit en bijbehorende terrassen;
De voorschriften en beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden.
-
De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden.
-
Het is verboden een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 lid 1 voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat ten minste één van de leidinggevenden genoemd op het aanhangsel behorende bij de vergunning in de inrichting aanwezig is.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29a
Sluitingstijd openbare inrichting waar geen alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatste wordt verstrekt (droge horeca)
-
De exploitant zorgt ervoor dat de inrichting gesloten is voor bezoekers:
in de periode van zondagnacht tot en met woensdagnacht om 02.00 uur;
in de periode van donderdagnacht tot en met zaterdagnacht om 03.00 uur.
-
Het terras dient van zondagnacht tot en met woensdagnacht uiterlijk om 01.00 uur en van donderdagnacht tot en met zaterdagnacht uiterlijk om 02.00 uur van bezoekers en servies te zijn ontruimd.
-
De inrichting mag weer geopend zijn vanaf 07.00 uur in de ochtend en vanaf 06.00 uur indien gericht op het verstrekken van ontbijt.
-
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
Artikel 2:29b
Sluitingstijd van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet (natte horeca)
-
Indien een horecabedrijf (in zijn geheel) gelegen is in het horecaconcentratiegebied zorgt de exploitant er voor dat het horecabedrijf is gesloten voor bezoekers:
in de periode van zondagnacht tot en met woensdagnacht om 01.00 uur en
in de periode van donderdagnacht tot en met zaterdagnacht om 03.00 uur.
-
Indien een horecabedrijf niet gelegen is in het horecaconcentratiegebied zorgt de exploitant er voor dat het horecabedrijf gesloten is voor bezoekers:
in de periode van zondagnacht tot en met woensdagnacht om 01.00 uur en
in de periode van donderdagnacht tot en met zaterdagnacht om 02.15 uur.
-
Het horecabedrijf mag weer geopend zijn vanaf 07.00 uur in de ochtend.
-
Het terras van een horecabedrijf als bedoeld in lid 1 dient van zondagnacht tot en met woensdagnacht uiterlijk om 01.00 uur en van donderdagnacht tot en met zaterdagnacht uiterlijk om 02.30 uur, actief van bezoekers en servies te worden ontruimd.
-
Het terras van een horecabedrijf als bedoeld in lid 2 dient van zondagnacht tot en met woensdagnacht uiterlijk om 01.00 uur en van donderdagnacht tot en met zaterdagnacht uiterlijk om 02.00 uur, actief van bezoekers en servies te worden ontruimd.
Artikel 2:29c
Aanwezigheid toezichthouder bij sluiting van een horecabedrijf na 02.15 uur.
-
Op dagen waarop een horecabedrijf na 02.15 uur geopend mag zijn, dient de houder van het horecabedrijf zorg te dragen voor de aanwezigheid van een toezichthouder, vanaf 23.00 uur tot tenminste een half uur na het sluitingstijdstip, dan wel zoveel langer indien bijzondere omstandigheden daarom vragen.
-
De toezichthouder is een natuurlijk persoon die, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus met betrekking tot het horecabedrijf, belast is met het uitoefenen van beveiligingswerkzaamheden zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid onder c van de Wet op de particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
-
De toezichthouder heeft de taak de overlast voor de directe omgeving door inkomende en uitgaande bezoekers van de inrichting te voorkomen en zo nodig, binnen de door het recht geboden mogelijkheden, ter zake regulerend op te treden.
Artikel 2:29d
Sluitingstijd nachtinrichtingen
-
De exploitant van een nachtinrichting gelegen buiten het horecaconcentratiegebied zorgt ervoor dat de nachtinrichting gesloten is:
van zondagnacht tot en met donderdagnacht;
op vrijdagnacht om 03.00 uur en op zaterdagnacht om 04.00 uur.
Het is verboden op vrijdagnacht bezoekers toe te laten na 01.30 uur en op zaterdagnacht na 02.30 uur.
-
De exploitant van een nachtinrichting die (in zijn geheel) is gelegen in het horecaconcentratiegebied zorgt ervoor dat de nachtinrichting gesloten is;
van zondagnacht tot en met woensdagnacht tussen 01.00 uur en 07.00 uur en
van donderdagnacht tot en met zaterdagnacht tussen 04.30 uur en 07.00 uur.
Het is verboden bezoekers nog toe te laten na 03.00 uur.
Artikel 2:29e
Uitzonderingen op de sluitingstijden
-
Op de volgende dagen geldt voor alle openbare inrichtingen als bedoeld in 2:29a en 2:29b (natte en droge horeca), afgezien van de nachtinrichtingen, een sluitingstijd van 03.00 uur:
van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tijdens Carnaval;
van Eerste op Tweede Paasdag;
Koningsnacht (de nacht voorafgaande aan de dag waarop Koningsdag wordt gevierd);
van de dag vóór Hemelvaartsdag op Hemelvaartsdag;
van Hemelvaartsdag op de volgende dag;
van Eerste op Tweede Pinksterdag;
tijdens alle dagen van de jaarlijkse algemene kermis
van Eerste op Tweede Kerstdag.
-
Op de volgende dagen geldt voor alle horecabedrijven binnen het horecaconcentratiegebied, met uitzondering van de nachtinrichtingen, een sluitingstijdstip van 03.00 uur en buiten het horecaconcentratiegebied van 02.15 uur:
Nieuwjaarsdag op de daarop volgende dag;
de dag voor Kerst op Eerste Kerstdag;
Tweede Kerstdag op de daaropvolgende dag.
-
Voor nachtinrichtingen geldt op de dagen als genoemd in lid 1 en 2 de sluitingstijd van 2:29d.
-
Tijdens de viering van Oud en Nieuw van 31 december op 1 januari wordt de uiterlijke sluitingstijd van alle horecabedrijven vastgesteld op 06.00 uur.
Artikel 2.29f
Ontheffing sluitingstijd
-
De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de sluitingstijden.
-
De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke inrichting.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.