1. Het is verboden op een openbare plaats, of op de weg middelen die specifiek bestemd kunnen zijn voor jacht op wild tussen zonsondergang en zonsopkomst te vervoeren of bij zich te hebben.

  2. Voor de toepassing van artikel 1 wordt onder ‘middelen voor jacht op wild’ verstaan:

    1. Een hond die naar zijn lichaamsbouw en aard in staat is wild op het gezicht te achtervolgen en, zonder deze door de achtervolging te hebben afgemat, in te halen en te bemachtigen, in combinatie met apparaten of uitrusting waarmee de jacht op wild kan worden vergemakkelijkt; of

    2. Apparaten of uitrusting waarmee de jacht op wild kan worden vergemakkelijkt.

  3. Het verbod is niet van toepassing op personen in het bezit van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in artikel 8.74t van het Besluit kwaliteit leefomgeving.