1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  2. Bestaande openbare inrichtingen, die uitsluitend bestaan uit afhaal en/of bezorgen, die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening al worden geëxploiteerd en onder de vergunningplicht vallen, dienen gedurende het jaar 2026 een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de APV aan te vragen. Nieuwe openbare inrichtingen die onder deze vergunningplicht vallen, dienen voor de opstart hiervan een aanvraag in te dienen.