-
Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
door zijn omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats;
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
-
Het college kan in het belang van de openbare orde of ter bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor uitstallingen en containers/alle bouwgerelateerde objecten.
-
Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
-
(Vervallen)
-
Het verbod in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op:
reclame uitingen als bedoeld in artikel 2:10a, lid 1;
terrassen als bedoeld in artikel 2:10b, lid 1;
bouwafval- of verhuiscontainers als bedoeld in artikel 2:10c lid 1;
evenementen als bedoeld in artikel 2:25;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
-
Het verbod geldt voorts niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgmeester
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Tegengaan uitbuiting en onevenredige uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:10a
Verbod reclame uitingen
-
Het is verboden zonder vergunning reclame uitingen, waaronder driehoeksreclameborden, billboards, sandwichborden, muppen en stadsplattegronden of anderszins te plaatsen op, in of boven een openbare plaats. Dit in het belang en ter bescherming van het uiterlijk aanzien en de woon- en leefomgeving.
-
De vergunning bedoeld in lid 1 wordt geweigerd indien het object:
door zijn omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats;
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; of
hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
-
Het college kan in het belang van het uiterlijk aanzien of ter bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van reclame uitingen.
-
Het verbod van artikel 1 geldt niet voor reclame uitingen die voldoen aan de nadere regels bedoeld in lid 3.
-
Het verbod van lid 1 geldt niet voor derden die van de gemeente een exclusief recht op exploitatie van tijdelijke reclame uitingen van commerciële aard verleend hebben gekregen. Een exclusief recht kan voor de gehele of een gedeelte van de gemeente worden verleend.
-
In het geval er (nog) geen exclusief recht op exploitatie, als genoemd in lid 3, is verleend geldt het verbod van lid 1 niet ten aanzien van die lantarenpalen die zijn opgenomen in de bijlage behorende bij de nadere regels.
-
Het verbod geldt voorts niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:10b
Terrassen
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een terras in te nemen op de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college de vergunning weigeren als:
Het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats;
het gebruik de bruikbaarheid van de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats belemmert of kan belemmeren; of
het gebruik een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats.
-
Het college kan in het belang van het uiterlijk aanzien, de bruikbaarheid van de openbare ruimte of ter bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen.
-
Het verbod geldt voorts niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:10c
Plaatsing bouwafval- en verhuiscontainer
-
Het is verboden een bouwafval- of verhuiscontainer ten behoeve van de opslag van particulier afval te plaatsen op de weg of andere openbare plaats.
-
Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor bouwafval- of verhuiscontainers die korter dan vier weken worden geplaatst op de weg of andere openbare plaats, indien daarvan uiterlijk één week tevoren een melding aan het college is ingediend.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid voor bouwafval- of verhuiscontainers die langer dan vier weken worden geplaatst op de weg of andere openbare plaats.
-
De ontheffing bedoeld in lid 3 wordt uiterlijk vier weken tevoren bij het college aangevraagd.
-
De ontheffing bedoeld in lid 3 wordt geweigerd indien het object:
door zijn omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats;
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; of
hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
-
Het verbod geldt voorts niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverorderning of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
-
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.