1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:

    1. door zijn omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats;

    2. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    3. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;

    4. hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

  2. Het college kan in het belang van de openbare orde of ter bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor uitstallingen en containers/alle bouwgerelateerde objecten.

  3. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  4. (Vervallen)

  5. Het verbod in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op:

    1. reclame uitingen als bedoeld in artikel 2:10a, lid 1;

    2. terrassen als bedoeld in artikel 2:10b, lid 1;

    3. bouwafval- of verhuiscontainers als bedoeld in artikel 2:10c lid 1;

    4. evenementen als bedoeld in artikel 2:25;

    5. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;

    6. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

  6. Het verbod geldt voorts niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.