Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgmeester
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Tegengaan uitbuiting en onevenredige uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Algemene Bepalingen

Artikel 1:1

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

  2. Bedrijfsafvalcontainer: een bedrijfsafvalcontainer of enig ander bovengronds inzamelmiddel ten behoeve van de opslag van bedrijfsafval;

  3. Beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, van de Omgevingswet;

  4. Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in Omgevingswet;

  5. Bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  6. Bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

  7. College: het college van burgemeester en wethouders;

  8. Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  9. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  10. Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  11. Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  12. Openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

  13. Parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  14. Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

  15. Voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

  16. Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1:4

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:5

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.

Artikel 1:6

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, gewijzigd of geschorst als:

    1. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

    3. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    4. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;

    5. de houder dit verzoekt.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:7

Termijnen

  1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8

Weigeringsgronden

  1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd:

    1. in het belang van de openbare orde;

    2. in het belang van de openbare veiligheid;

    3. in het belang van de volksgezondheid;

    4. in het belang van de bescherming van het milieu;

    5. in verband met strijdigheid met bestemmingsplan;

    6. in verband met negatieve beïnvloeding van het woon- en leefklimaat.

  2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Artikel 1:10

Lex Silencio Positivo

  1. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze verordening:

    • Artikel 2:9 Ontheffing van het verbod optreden als straatartiest.

  2. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening:

    • Artikel 2:25 Vergunning evenementen;

    • Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;

    • Artikel 2:39 Exploitatievergunning speelgelegenheid;

    • Artikel 3:3 Vergunning seksbedrijf;

    • Artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen;

    • Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.;

    • Artikel 5:8 Parkeren van grote en uitzicht belemmerende voertuigen;

    • Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland 2025