1. Het is verboden een bouwafval- of verhuiscontainer ten behoeve van de opslag van particulier afval te plaatsen op de weg of andere openbare plaats.

  2. Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor bouwafval- of verhuiscontainers die korter dan vier weken worden geplaatst op de weg of andere openbare plaats, indien daarvan uiterlijk één week tevoren een melding aan het college is ingediend.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid voor bouwafval- of verhuiscontainers die langer dan vier weken worden geplaatst op de weg of andere openbare plaats.

  4. De ontheffing bedoeld in lid 3 wordt uiterlijk vier weken tevoren bij het college aangevraagd.

  5. De ontheffing bedoeld in lid 3 wordt geweigerd indien het object:

    1. door zijn omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats;

    2. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    3. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; of

    4. hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  6. Het verbod geldt voorts niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.