1. Het is verboden zonder vergunning van het college een terras in te nemen op de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college de vergunning weigeren als:

    1. Het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    2. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats;

    3. het gebruik de bruikbaarheid van de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats belemmert of kan belemmeren; of

    4. het gebruik een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats.

  3. Het college kan in het belang van het uiterlijk aanzien, de bruikbaarheid van de openbare ruimte of ter bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen.

  4. Het verbod geldt voorts niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.