-
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte;
-
In deze afdeling wordt verder verstaan onder:
droge horeca: openbare inrichtingen waar bedrijfsmatig etenswaren voor directe consumptie worden verstrekt, niet-alcoholhoudende dranken worden geschonken en licht alcoholische dranken voor gebruik elders worden aangeboden;
natte horeca: openbare inrichtingen waar bedrijfsmatig alcoholhoudende dranken bedrijfsmatig of anders dan om niet worden geschonken voor gebruik ter plaatse;
Heerenveen-Centrum: het grondgebied van de plaats Heerenveen zoals begrensd in het Omgevingsplan, onderdeel Heerenveen-Centrum;
houder: degene die een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2:28;
stadionomgeving: het gebied dat wordt begrensd door Nieuwburen, Stadionweg, Oranje Nassaulaan, Alma Tademaweg, Karst de Jongweg en de waterloop Atalantastraat en Nieuwburen te Heerenveen.
-
Deze afdeling verstaat niet onder bezoekers:
de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht;
de personen wier aanwezigheid in het horecabedrijf wegens dringende redenen noodzakelijk is;
Algemene plaatselijke verordening Heerenveen BETA Foutje gevonden?
Inhoud
Afdeling
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester, tenzij voor het horecabedrijf een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend.
-
Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt een verklaring omtrent het gedrag overlegd van de exploitant en de leidinggevende. Deze verklaring is niet ouder dan drie maanden, gerekend vanaf de datum waarop de aanvraag is ingediend.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
-
Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum;
een bedrijfskantine of -restaurant;
een snackbar of cafetaria.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Het is de houder van een openbare inrichting aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend, verboden bezoekers toe te laten tot die openbare inrichting tussen 03.00 en 08.00 uur.
-
Het is de houder van een openbare inrichting aan wie geen vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend, verboden die openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 04.00 en 08.00 uur.
-
Het verbod in lid 2 geldt niet voor de droge horeca in Heerenveen-centrum.
-
Het is de houder van een openbare inrichting aan wie geen vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend, maar aan wie wel een gedoogbeschikking voor het verstrekken van zogenaamde softdrugs is verstrekt, verboden die openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 en 12.00 uur.
-
In afwijking van het gestelde in lid 1 is het de houder van een openbare inrichting die gelegen is in de stadionomgeving, zoals omschreven in 2:27 lid 3 sub f, aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of een vergunning ingevolge artikel 2:28 lid 1 is verleend, verboden die openbare inrichting geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 en 08.00 uur;
-
Het verbod in lid 5 geldt niet voor bezoekers met een lidmaatschap van de Ondernemers Sociëteit Sportclub Heerenveen;
-
De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de sluitingstijd aan een of meerdere openbare inrichting(en), al dan niet onder voorschriften en beperkingen.
-
Het eerste tot en met het zevende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig verlenen) niet van toepassing.
Artikel 2:29a
Sluitingstijd terrassen
-
Het is de houder van een openbare inrichting verboden bezoekers op het terras toe te laten of te laten verblijven op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag tussen 01.00 en 08.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02.00 en 08.00 uur.
-
In afwijking van het gestelde in lid 1 is het de houder van een openbare inrichting die is gelegen in de stadionomgeving, zoals omschreven in 2:27 lid 1 sub f, aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of een vergunning ingevolge artikel 2:28 lid 1 is verleend, verboden op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag bezoekers op het terras toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 tot 08.00 uur;
-
Het gestelde in lid 2 geldt niet voor bezoekers met een lidmaatschap van de Ondernemers Sociëteit Sportclub Heerenveen.
-
De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de sluitingstijd van een terras aan een of meerdere openbare inrichting(en), al dan niet onder voorschriften en beperkingen.
-
Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig verlenen) niet van toepassing.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting
-
Het is de houder van een openbare inrichting (inclusief de droge horeca) verboden tussen 31 december vanaf 20.00 uur tot 1 januari 8.00 uur de openbare inrichting en het terras voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
-
De burgemeester kan van het in lid 1 gestelde verbod geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen.
-
De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras;
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen, tijdelijk andere dan de geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het vierde lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:30a
Aanwezigheid leidinggevende
-
Het is de exploitant van een horecabedrijf verboden het horecabedrijf voor het publiek geopend te houden zonder dat gedurende de openingstijden ten minste één leidinggevende aanwezig is.
-
Onder leidinggevende wordt verstaan een natuurlijke persoon die:
als zodanig is vermeld op de geldende exploitatievergunning en/of alcoholvergunning, en
feitelijk belast is met de dagelijkse leiding en het toezicht in het horecabedrijf.
-
De leidinggevende, bedoeld in het eerste lid, is verantwoordelijk voor:
de naleving van het bepaalde bij of krachtens de APV;
de naleving van de Alcoholwet en daarop gebaseerde regelgeving, en
het voorkomen en beperken van verstoring van de openbare orde en overlast.
-
Het college kan nadere regels stellen over:
de aanwezigheid van leidinggevenden bij bijzondere gelegenheden of tijdelijke afwezigheid, en
de wijze waarop de aanwezigheid van een leidinggevende aantoonbaar moet zijn.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn krachtens artikel 2:29 en 2:30 eerste lid, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30 vierde lid.
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34
[vervallen]