-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Degene die op een openbare plaats:
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing,
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
-
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Algemene plaatselijke verordening Heerenveen BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Veiligheid op het ijs
Afdeling Evenementen
Afdeling Betaald voetbalwedstrijden
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbid
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
HOOFDSTUK Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:1a
Vermommingen
Het is verboden zich vermomd, gemaskerd of op andere wijze onherkenbaar gemaakt op een openbare plaats te bevinden met het kennelijke doel de openbare orde te verstoren.
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
-
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
-
De kennisgeving bevat:
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
-
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
-
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat voor 12.00 uur.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.
Artikel 2:6
Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
-
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen dan wel handelsreclame waaronder proefmonsters met een commerciële boodschap onder het publiek te verspreiden.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
-
Het verbod geldt voorts niet als de verspreider de stukken, afbeeldingen en/of handelsreclame direct opruimt of laat opruimen, als deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen of daar achterblijven.
Artikel 2:10
Gebruik openbare plaats
-
Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan door het plaatsen van voorwerpen op, aan, boven en/of onder de openbare ruimte, als dat gebruik:
schade toebrengt aan de openbare ruimte of de bruikbaarheid van de openbare ruimte nadelig beïnvloedt;
nadelig invloed heeft op het veilig gebruik van de openbare ruimte, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
hinder, overlast of gevaarzetting veroorzaakt voor derden.
-
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de openbare plaats is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en een doorrijdbreedte van 4.20 meter en een hoogte van 3.50 meter op de rijbaan overblijft voor ambulances en voertuigen van politie en brandweer en ander verkeer.
-
Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de openbare plaats is verleend;
terrassen;
uitstallingen;
categorieën van voorwerpen die door het bevoegd gezag zijn aangewezen.
-
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, en reclame-uitingen.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing als wordt voldaan aan de nadere regels die het college heeft vastgesteld.
-
Het verbod is tevens niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
-
Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als:
daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie;
het college het maken van een uitweg heeft verboden.
-
Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als:
daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen en zich binnen 50 meter een andere uitweg bevindt.
er te veel inbreuk wordt gemaakt op het uiterlijk aanzien van de omgeving.
-
De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen 6 weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening
Artikel 2:15
Hinderlijke of gevaarlijke beplanting en voorwerpen
-
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder, schade of gevaar ontstaat.
-
Het is verboden beplanting aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat de beplanting over de erfgrens hangt of groeit.
Artikel 2:16
Open straatkolken
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
-
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
-
Het verbod in het eerste lid, onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:23a
Definities
IJswegencentrale: de bij de Friesche IJsbond aangesloten binnen het grondgebied van de gemeente werkzame organisaties voor het bevorderen van de veiligheid op het ijs en voor het stimuleren van de schaatssport op natuurijs en gerechtigd zijn de daartoe benodigde werkzaamheden uit te voeren op de openbare wateren binnen de gemeente;
ijsweg op openbaar water: de door de in de gemeente werkzame ijswegencentrale aangelegde en door middel van vegen en verzorgen in stand gehouden banen op natuurijs op de openbare wateren in de gemeente;
ijsvlakte op openbaar water: door bevriezing van openbaar water gevormde, voor publiek toegankelijke, niet aangelegde, niet beheerde c.q. door middel van vegen en verzorgen in stand gehouden vlakte van natuurijs op de openbare wateren in de gemeente;
bijt: een in het ijs gehakte opening.
Artikel 2:23b
Veiligheid op het ijs
-
Het is verboden:
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten en ijswegen te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of op enigerlei wijze de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak te belemmeren dan wel de veiligheid in gevaar te brengen;
bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten en ijswegen te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren;
zich zonder daartoe gerechtigd te zijn, te bevinden op een gedeelte van een ijsvlakte of ijsweg op openbaar vaarwater, waarop een wedstrijd als bedoeld in artikel 2:24 wordt gehouden;
zich met een motorvoertuig of bromfiets te begeven op voor het publiek toegankelijke ijsvlakte of ijsweg, anders dan voor onderhoud aan de ijsweg of ijsvlakte of hulpverlening.
-
De gebruiker – of bij het ontbreken daarvan de rechthebbende – van een inrichting voor afvoer van water is, wanneer het ijs in of nabij een ijsvlakte of ijsweg voor uitstorting van dit water onbetrouwbaar is, verplicht onverwijld de gevaarlijke plaats aan te duiden door bakens, planken, palen of andere voorwerpen op opvallende wijze langs de rand daarvan te plaatsen.
-
Degene die een bijt in het ijs van een voor het publiek toegankelijke ijsvlakte of ijsweg maakt of heeft, is verplicht deze op opvallende wijze af te bakenen door bijvoorbeeld planken, takken of schotsen.
-
Onder bijt wordt niet verstaan een smalle opening die rondom een vaartuig in het ijs is gemaakt.
-
Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie onmiddellijk het ijs te verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen en goederen.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 2:24
Definities
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Bioscoop- en theatervoorstellingen;
markten als bedoeld in artikel 160 eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
sportwedstrijden en andere reguliere activiteiten in en op een daarvoor bestemde locatie, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f;
reguliere activiteiten in een cultureel centrum (zoals dorpshuizen en wijkgebouwen);
activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening.
voetbalwedstrijden als bedoeld in afdeling 7a van deze verordening.
-
Onder evenement wordt mede verstaan:
een herdenkingsplechtigheid.
een braderie;
een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening op de weg;
een feest, muziekvoorstelling, wedstrijd of recreatieve tocht op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994;
een kermis;
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
-
Onder risico-analysemodel wordt verstaan het model dat door het college is vastgesteld om evenementen te kwalificeren als A-, B- of C-evenement.
-
Onder A-evenement wordt verstaan een regulier evenement.
-
Onder B-evenement wordt verstaan een evenement met verhoogde aandacht.
-
Onder C-evenement wordt verstaan een grootschalig evenement/risico-evenement.
Artikel 2:25
Vergunning evenementen
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een C-evenement te organiseren.
-
De vergunning wordt verleend voor de duur van het C-evenement.
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een B-evenement te organiseren.
-
De vergunning wordt verleend voor de duur van het B-evenement voor een periode van maximaal drie jaar.
-
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
-
Aan de vergunning voor maximaal drie jaar kunnen door de burgemeester ook tussentijds voorschriften worden verbonden.
-
In afwijking van artikel 1:8 lid 2 kan het bestuursorgaan besluiten de vergunning voor een B of C evenement te weigeren als de aanvraag minder dan 12 weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, is ingediend.
-
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een wedstrijd of toertocht op de schaats, dient bij de aanvraag om vergunning een verklaring over de betrouwbaarheid van het ijs te worden aangeleverd van de IJswegencentrale(s) binnen wiens werkgebied de wedstrijd of toertocht op de schaats wordt gehouden;
-
Het is verboden zonder melding een A-evenement te organiseren, tenzij
de organisator van een A-evenement ten minste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier en
binnen 10 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier geen tegenbericht is verzonden aan de organisator dat alsnog een vergunning nodig is dan wel dat het evenement alsdan niet vergund kan worden op grond van artikel 1:8 van deze verordening.
-
Het negende lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:26
Definities
In de navolgende bepalingen wordt verstaan onder:
-
Organisator: Betaald Voetbal Organisatie (BVO), Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) of een andere rechtspersoon dan wel een natuurlijke persoon die een voetbalwedstrijd organiseert.
-
Voetbalwedstrijd: een wedstrijd waarbij één van de spelende teams een Nederlandse of een buitenlandse BVO dan wel een vertegenwoordigend elftal van de KNVB is.
-
Supporter:
persoon die door kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maakt bij de aanhang van een BVO te horen;
dan wel een persoon die bij deskundigen als zodanig bekend is;
dan wel een persoon die een wezenlijke of significante bijdrage levert aan de verstoring van de openbare orde, direct gerelateerd aan de plaats te vinden, plaatshebbende c.q. plaatsgevonden wedstrijd van de BVO.
-
Stadsverbod: het verbod voor supporters van een bezoekende club om zich op de speeldag van een voetbalwedstrijd en indien hiervoor gerede aanleiding bestaat een deel van de aan de wedstrijd voorafgaande dag te bevinden binnen de gemeentegrenzen dan wel een gebied binnen de gemeentegrenzen.
Artikel 2.26a
Voetbalwedstrijd organiseren
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd te houden of te doen houden in het Abe Lenstrastadion.
-
Op het houden van overige voetbalwedstrijden is artikel 2:25 van toepassing.
-
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan meerdere wedstrijden betreffen.
-
Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2.26b
Indienen aanvraag
-
In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
de gegevens van de organisator;
de deelnemende voetbalorganisaties;
de geplande datum, tijdstip en locatie van de wedstrijd.
-
De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 2.26.a in het belang van de openbare orde en veiligheid weigeren indien:
de vrees bestaat voor het ontstaan van een verstoring van de openbare orde;
het aannemelijk is dat de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zullen worden nageleefd;
de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd.
Artikel 2:26c
Aanwijzingen aan de organisator
De burgemeester kan ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde aanwijzingen geven verband houdende met de voetbalwedstrijd, zoals o.a. de aanvang van de wedstrijd, toeloop en vertrek van het publiek, aantallen bezoekers, inzet en inrichting van verlichting, parkeren. Indien de organisator die aanwijzingen niet opvolgt of blijk geeft die niet op te volgen kan de burgemeester overgaan tot het verbieden, zoals bedoeld in artikel 2:26c, van de wedstrijd.
Artikel 2:26d
Verbod van wedstrijden
De burgemeester kan de wedstrijd verbieden indien:
de vergunningaanvraag niet tijdig is ingediend of indien naar zijn oordeel onvoldoende informatie is verstrekt;
er gegronde vrees bestaat dat de organisator de opgelegde voorschriften niet zal naleven;
hij gegronde vrees heeft de openbare orde niet te kunnen handhaven.
Artikel 2:26e
Aanwijzingen aan supporters
-
De burgemeester kan aanwijzingen geven aan een supporter.
-
Een aanwijzing voor een supporter die in het bezit is van een geldig toegangsbewijs kan inhouden onmiddellijk en rechtstreeks naar het stadion te gaan na aankomst in de gemeente en, indien hij niet in de gemeente woont, onmiddellijk en rechtstreeks na afloop van de wedstrijd de gemeente te verlaten en indien hij wel in de gemeente woont, zich niet te begeven naar/in een omschreven gebiedsdeel van de gemeente, tenzij hij daar woont.
-
Een aanwijzing aan een supporter die niet in het bezit is van een geldig toegangsbewijs kan inhouden onmiddellijk en volgens een aangegeven route naar een aangewezen plaats te gaan en, indien hij niet in de gemeente woont, onmiddellijk de gemeente volgens een aangegeven route te verlaten.
-
Een aanwijzing aan supporters van een bezoekende BVO kan inhouden om binnen de gemeente in georganiseerd groepsverband te reizen.
Artikel 2:26f
Verwijderplicht supporters
Personen die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manifesteren als voetbalsupporters en tegen wie het vermoeden bestaat dat zij op enige wijze de orde verstoren of de kennelijke bedoeling hebben deze te verstoren of wiens aanwezigheid een gevaar op escalatie vergroot, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te begeven.
Artikel 2:26g
Algemene verboden
-
Het is een supporter verboden het voetbalveld voor, tijdens of na afloop van de voetbalwedstrijd zonder toestemming van de rechthebbende te betreden, of daarop voorwerpen te gooien.
-
Het is een supporter verboden alcohol bij zich te hebben dan wel te gebruiken op weg naar of van een voetbalwedstrijd.
-
Het is anderen dan de organisator verboden op of aan de weg toegangskaarten voor de voetbalwedstrijd met een commercieel doel aan te bieden of voor verkoop voorhanden te hebben.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6. van het Vuurwerkbesluit is het een supporter verboden pyrotechnische voorwerpen bedoeld om licht, rook of lawaai te produceren, bij zich te hebben dan wel te gebruiken op weg naar of van een voetbalwedstrijd, dan wel in het voetbalstadion.
Artikel 2:26h
Verstoring openbare orde
-
Het is verboden de openbare orde te verstoren.
-
Onder het verstoren van de openbare orde wordt verstaan het veroorzaken van onrechtmatige hinder of onrechtmatig gevaar voor één of meer personen dan wel goederen.
-
Van een voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde is sprake indien een supporter of een groep van supporters in de hoedanigheid van supporter de openbare orde verstoort, dan wel hieraan een bijdrage levert
Artikel 2:26i
Stadsverbod
-
De burgemeester kan aan een supporter dan wel aan supporters van een bezoekende voetbalclub een verbod opleggen om zich binnen de gemeentegrenzen te begeven, indien er vrees bestaat voor ten minste ernstige voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde.
-
De lengte van een zodanig stadsverbod bedraagt maximaal 48 uren.
-
In individuele gevallen van dringende aard kan de burgemeester ontheffing verlenen van het stadsverbod.
Artikel 2:27
Definities
-
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte;
-
In deze afdeling wordt verder verstaan onder:
droge horeca: openbare inrichtingen waar bedrijfsmatig etenswaren voor directe consumptie worden verstrekt, niet-alcoholhoudende dranken worden geschonken en licht alcoholische dranken voor gebruik elders worden aangeboden;
natte horeca: openbare inrichtingen waar bedrijfsmatig alcoholhoudende dranken bedrijfsmatig of anders dan om niet worden geschonken voor gebruik ter plaatse;
Heerenveen-Centrum: het grondgebied van de plaats Heerenveen zoals begrensd in het Omgevingsplan, onderdeel Heerenveen-Centrum;
onder houder wordt in deze afdeling verstaan: degene die een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2:28;
deze afdeling verstaat niet onder bezoekers:
de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht;
de personen wier aanwezigheid in het horecabedrijf wegens dringende redenen noodzakelijk is;
stadionomgeving: het gebied dat wordt begrensd door Nieuwburen, Stadionweg, Oranje Nassaulaan, Alma Tademaweg, Karst de Jongweg en de waterloop Atalantastraat en Nieuwburen te Heerenveen.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester, tenzij voor het horecabedrijf een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend.
-
De burgemeester weigert de vergunning als:
de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;
uit een bij de aanvraag overlegde verklaring omtrent het gedrag blijkt dat de ondernemer of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is en die verklaring uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
-
Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum;
een bedrijfskantine of -restaurant;
een snackbar of cafetaria.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Het is de houder van een openbare inrichting aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend, verboden bezoekers toe te laten tot die openbare inrichting tussen 03.00 en 08.00 uur.
-
Het is de houder van een openbare inrichting aan wie geen vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend, verboden die openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 04.00 en 08.00 uur.
-
Het verbod in lid 2 geldt niet voor de droge horeca in Heerenveen-centrum.
-
Het is de houder van een openbare inrichting aan wie geen vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend, maar aan wie wel een gedoogbeschikking voor het verstrekken van zogenaamde softdrugs is verstrekt, verboden die openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 en 12.00 uur.
-
In afwijking van het gestelde in lid 1 is het de houder van een openbare inrichting die gelegen is in de stadionomgeving, zoals omschreven in 2:27 lid 3 sub f, aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of een vergunning ingevolge artikel 2:28 lid 1 is verleend, verboden die openbare inrichting geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 en 08.00 uur;
-
Het verbod in lid 5 geldt niet voor bezoekers met een lidmaatschap van de Ondernemers Sociëteit Sportclub Heerenveen;
-
Het eerste tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
Artikel 2:29a
Sluitingstijd terrassen
-
Het is de houder van een openbare inrichting verboden bezoekers op het terras toe te laten of te laten verblijven op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag tussen 01.00 en 08.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02.00 en 08.00 uur.
-
In afwijking van het gestelde in lid 1 is het de houder van een openbare inrichting die is gelegen in de stadionomgeving ,zoals omschreven in 2:27 lid 1 sub f, aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of een vergunning ingevolge artikel 2:28 lid 1 is verleend, verboden op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag bezoekers op het terras toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 tot 08.00 uur;
-
Het gestelde in lid 2 geldt niet voor bezoekers met een lidmaatschap van de Ondernemers Sociëteit Sportclub Heerenveen.
-
Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting
-
Het is de houder van een openbare inrichting (inclusief de droge horeca) verboden tussen 31 december vanaf 20.00 uur tot 1 januari 8.00 uur de openbare inrichting en het terras voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
-
De burgemeester kan van het in lid 1 gestelde verbod geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen.
-
De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras;
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen, tijdelijk andere dan de geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het vierde lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn krachtens artikel 2:29 en 2:30 eerste lid, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30 vierde lid.
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34
[vervallen]
Artikel 2:34a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank,
horecabedrijf,
inrichting en
paracommerciële rechtspersoon.
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:34b
Schenktijden paracommerciële rechtspersonen
-
Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.
-
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het paracommerciële rechtspersonen verboden om in hun inrichting van 01.00 tot 10.00 uur alcoholhoudende drank te verstrekken.
Artikel 2:34c
Bijeenkomsten paracommerciële rechtspersonen
-
Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
-
Indien binnen de bebouwde kom van een plaats, waarbinnen een paracommercieel rechtspersoon gevestigd is, geen commercieel horecabedrijf aanwezig is, kan deze rechtspersoon alcoholhoudende drank verstrekken tijdens bijeenkomsten zoals genoemd in het eerste lid.
-
Indien binnen de bebouwde kom van een plaats, waarbinnen een paracommercieel rechtspersoon gevestigd is, wel een commercieel horecabedrijf aanwezig is, kan deze rechtspersoon maximaal 6 keer per jaar alcoholhoudende drank verstrekken tijdens bijeenkomsten zoals genoemd in het eerste lid, mits tijdens deze bijeenkomsten samenwerking tussen de paracommerciële rechtspersoon en de plaatselijke commerciële horeca plaatsvindt.
-
Een paracommercieel rechtspersoon kan tijdens bijeenkomsten zoals genoemd in het tweede en derde lid alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken met inachtneming van de schenktijden zoals genoemd in artikel 2:34b.
-
Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk 48 uur voorafgaand aan een bijeenkomst zoals genoemd in het derde lid hiervan digitaal melding aan de burgemeester op een hiervoor vastgesteld digitaal beschikbaar formulier.
Artikel 2:38a
Definities
-
In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
-
In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:39
Speelgelegenheden
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de Kansspelen of de Verordening speelautomaten of speelautomatenhallen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als”
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40
Speelautomaten
-
In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan;
-
In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding, aan te plakken of op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
-
De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage te geven.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op aanplakborden die door het college zijn aangewezen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:44
Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
-
Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een tas of andere voorwerpen die er kennelijk toe zijn uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden zonder redelijk doel:
in een portiek of poort op te houden;
in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:51
Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:57
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
buiten de bebouwde kom op rijkswegen en provinciale wegen als die hond niet is aangelijnd;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen;
binnen door het college aangewezen natuurgebieden indien die hond niet is aangelijnd.
-
De verboden in het eerste lid, aanhef en onder a en b, zijn niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het eerste lid, aanhef en onder a, b en c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
-
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het verbod in het eerste lid, aanhef en onder c.
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
Het is de eigenaar of houder van een hond die is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk, verboden deze hond op een openbare plaats of op het terrein van een ander te laten verblijven of te laten lopen zonder muilkorf wanneer de hond niet wordt ingezet voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting in het derde lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.’
Artikel 2:59a
Gevaarlijke honden op eigen terrein
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
Het verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
het terrein voorzien is van een zodanige en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:62
Loslopend vee
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:66
Definitie
In deze afdeling wordt verstaan onder:
handelaar: de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar.
Artikel 2:67
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
-
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, daaronder begrepen, voor zover van toepassing, daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen.
-
Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:68
Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
de burgemeester of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis te stellen dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt vermelding van zijn woonadres en het volledige adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik genomen;
de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering van zijn woonadres, als ook van het adres of de adressen van een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit;
aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;
als hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a bedoelde functionaris;
zijn administratie of register op eerste aanvraag ter inzage te geven aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen ambtenaar;
wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.
Artikel 2:69
Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de herkenbaarheid van het goed.
Artikel 2:71
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
carbidschieten: het in een (melk)bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen;
consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:72
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
-
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:73
Gebruiken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
-
Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
-
Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
-
De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1º, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:73a
Carbidschieten
-
Carbidschieten is verboden.
-
Het verbod geldt niet na melding aan het college uiterlijk 10 werkdagen voor het carbidschieten en onder de volgende voorwaarden:
Carbidschieten mag uitsluiten op 31 december vanaf 10.00 uur tot de daaropvolgende 1 januari tot 2.00 uur;
Degene die carbidschiet moet tenminste de leeftijd van 16 jaar hebben;
De plaats van het afschieten is tenminste op 50 meter afstand van de omliggende bebouwing;
De inhoud van de (melk)bus mag maximaal 60 liter bedragen;
Het voorwerp waarin het carbidgas wordt gevormd, moet worden afgesloten met zacht materiaal (zoals een voetbal of plastic zak), het is verboden om harde voorwerpen zoals een deksel van een melkbus als afsluiter te gebruiken;
toeschouwers moeten op een afstand van tenminste 10 meter van bedoeld voorwerp worden gehouden door een duidelijk afzetting (zoals linten of hekwerken);
er mag niet worden geschoten in de richting van personen, dieren of nabij gelegen gebouwen;
degene die carbid afschieten dienen uitdrukkelijk toestemming te hebben van de rechthebbende op het terrein waarop het carbidschieten zal plaatsvinden;
het carbidgas moet op veilige wijze worden ontstoken (niet veilig is een directe ontsteking met een aansteker) en;
afval veroorzaakt door het carbidschieten dient na afloop te worden opgeruimd.
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan een openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan openbare plaatsen in of op een voertuig- of vaartuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, dan wel slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen of stimulerende middelen, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a
Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, dan wel slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen of stimulerende middelen, te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2:74b
Verzamelingen van personen in verband met drugs
-
Het is verboden op een openbare plaats in verband met het openlijk gebruik van en/of handel in middelen als bedoeld in de artikel 2 en 3 van de Opiumwet aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen.
-
Een ieder die zich bevindt in een verzameling van personen als bedoeld in het eerste lid, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze ambtenaar aangewezen richting te verwijderen.
Artikel 2:74c
Weggooien van spuiten e.d.
Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan als naalden, reservoirs, zuigers, e.d. of daarop gelijkende voorwerpen op een openbare plaats dan wel in afvalbakken of in een voor publiek toegankelijk gebouw achter te laten.
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:44, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:73a, 2:74, 2:74a, 2:74b of 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
-
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
-
De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van andere plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn.
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 72 uur, al dan niet aaneengesloten, niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
-
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 8 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
-
Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
-
De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
geluid- of geurhinder;
hinder van dieren;
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Artikel 2:80
Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen
-
De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
-
Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.
-
Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin te betreden of bezoekers toe te laten.
-
Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.