1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een C-evenement te organiseren.

  2. De vergunning wordt verleend voor de duur van het C-evenement.

  3. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een B-evenement te organiseren.

  4. De vergunning wordt verleend voor de duur van het B-evenement voor een periode van maximaal drie jaar.

  5. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  6. Aan de vergunning voor maximaal drie jaar kunnen door de burgemeester ook tussentijds voorschriften worden verbonden.

  7. In afwijking van artikel 1:8 lid 2 kan het bestuursorgaan besluiten de vergunning voor een B of C evenement te weigeren als de aanvraag minder dan 12 weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, is ingediend.

  8. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een wedstrijd of toertocht op de schaats, dient bij de aanvraag om vergunning een verklaring over de betrouwbaarheid van het ijs te worden aangeleverd van de IJswegencentrale(s) binnen wiens werkgebied de wedstrijd of toertocht op de schaats wordt gehouden;

  9. Het is verboden zonder melding een A-evenement te organiseren, tenzij

    1. de organisator van een A-evenement ten minste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier en

    2. binnen 10 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier geen tegenbericht is verzonden aan de organisator dat alsnog een vergunning nodig is dan wel dat het evenement alsdan niet vergund kan worden op grond van artikel 1:8 van deze verordening.

  10. Het negende lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

  11. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  12. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.