1. Het is verboden:

    1. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten en ijswegen te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of op enigerlei wijze de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak te belemmeren dan wel de veiligheid in gevaar te brengen;

    2. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten en ijswegen te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren;

    3. zich zonder daartoe gerechtigd te zijn, te bevinden op een gedeelte van een ijsvlakte of ijsweg op openbaar vaarwater, waarop een wedstrijd als bedoeld in artikel 2:24 wordt gehouden;

    4. zich met een motorvoertuig of bromfiets te begeven op voor het publiek toegankelijke ijsvlakte of ijsweg, anders dan voor onderhoud aan de ijsweg of ijsvlakte of hulpverlening.

  2. De gebruiker – of bij het ontbreken daarvan de rechthebbende – van een inrichting voor afvoer van water is, wanneer het ijs in of nabij een ijsvlakte of ijsweg voor uitstorting van dit water onbetrouwbaar is, verplicht onverwijld de gevaarlijke plaats aan te duiden door bakens, planken, palen of andere voorwerpen op opvallende wijze langs de rand daarvan te plaatsen.

  3. Degene die een bijt in het ijs van een voor het publiek toegankelijke ijsvlakte of ijsweg maakt of heeft, is verplicht deze op opvallende wijze af te bakenen door bijvoorbeeld planken, takken of schotsen.

  4. Onder bijt wordt niet verstaan een smalle opening die rondom een vaartuig in het ijs is gemaakt.

  5. Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie onmiddellijk het ijs te verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen en goederen.

  6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.