1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegde gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

  2. Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

    1. de bruikbaarheid van de weg;

    2. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

    3. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    4. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

  3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of Wegenverordening Zuid-Holland 2010.