1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht [artikel 16.64 van de Omgevingswet] van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, artikel 2:12, 4:15 en een ontheffing als bedoeld in artikel 4:11.