1. Het is verboden zich met gemotoriseerde vaartuigen te bevinden op door het college aangewezen openbaar water of gedeelten daarvan.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor hen die gebruik maken van gemotoriseerde vaartuigen:

    1. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van verkeer en waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;

    2. die worden gebruikt in verband met beheer en onderhoud van de plas;

    3. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.