1. De organisator van een voetbalwedstrijd stelt de burgemeester minimaal zes weken vóór de wedstrijddatum in kennis van zijn voornemen tot het houden van de wedstrijd, indien:

    1. bij de betreffende wedstrijd een betaald voetbalorganisatie is betrokken; of

    2. bij de betreffende wedstrijd meer dan 1500 toeschouwers worden verwacht.

  2. Een kennisgeving kan meerdere wedstrijden betreffen.

  3. De kennisgeving gaat in ieder geval vergezeld van een draaiboek veiligheid volgens een door de burgemeester vastgesteld model.

  4. Als een kennisgeving, gelet op het tijdstip, waarop de wedstrijddatum door de KNVB (competitie- en bekerwedstrijden) wordt vastgesteld, niet zes weken tevoren kan worden gedaan, geeft de organisator hiervan kennis aan de burgemeester uiterlijk zeven dagen vóór de wedstrijddatum.

  5. De in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt gedaan met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  6. De voorgeschreven kennisgeving is gedaan, zodra het in het vijfde lid bedoelde formulier volledig en naar waarheid ingevuld is ingediend.

  7. Al dan niet in verband met de bij de kennisgeving verstrekte gegevens kan de burgemeester voor de organisatie van de betreffende wedstrijd(en) voorschriften geven ter beveiliging van personen en goederen, en ter voorkoming van wanordelijkheden, ernstige verkeersbelemmeringen of ernstige hinder voor toeschouwers of derden.

  8. Als de burgemeester van oordeel is, dat naar redelijke verwachting, noch door de door de organisator toegezegde maatregelen, noch door het geven van voorschriften, noch door de redelijkerwijs te nemen politiemaatregelen, onevenredige schade aan de in het zevende lid bedoelde belangen voorkomen kan worden, kan de burgemeester het houden van de betreffende wedstrijd(en) verbieden.

  9. Het is de organisator verboden een voetbalwedstrijd als bedoeld in het eerste lid te laten plaatsvinden, als:

    1. de kennisgeving ervan niet overeenkomstig het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid gedaan is;

    2. gehandeld wordt in afwijking van de gegevens, die bij deze kennisgeving verstrekt zijn;

    3. de door de burgemeester ingevolge het zevende lid gegeven voorschriften niet worden nagekomen;

    4. de burgemeester het houden van de wedstrijd verboden heeft.

  10. De burgemeester kan van het bepaalde in het negende lid onder a. ontheffing verlenen.