1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

    2. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    3. knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;

    4. kandelaberen: het noodzakelijk verwijderen van zwaar takhout in de kroon, voornamelijk bij conditioneel verzwakte exemplaren;

    5. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van veelal gelijksoortige houtopstand, waarin individuele bomen niet onderhouden worden en waarbij bomen onderling concurreren om leefruimte;

    6. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente als bedoeld in artikel 4.1, onder a, van de Wet natuurbescherming.

  2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben (zoals voor een eerste keer knotten of kandelaberen).