1. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde en veiligheid of het beperken van de overlast in de omgeving het aantal vergunningen voor markten als bedoeld in artikel 5:22 en voor markten die vallen onder de reikwijdte van artikel 2:25, vast te stellen op een bepaald maximum per jaar.

  2. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikelen 2:25 en 5:22 indien het maximum als bedoeld in lid 1 wordt overschreden.