1. De burgemeester kan andere voor het publiek openstaande gebouwen of daarbij behorende erven dan bedoeld in Afdeling 4 en Afdeling 7A (en in voorkomend geval Afdeling 13) in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet en artikel 174a van de Gemeentewet voorzien.

  3. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

  4. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.