1. Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is wegens:

    1. de resultaten van boomtechnisch onderzoek;

    2. de gezondheidstand van de houtopstand;

    3. de naleving van wet- en regelgeving, waaronder niet wordt begrepen artikel 42 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

    4. concrete herinrichtingsplannen voor de openbare plaats;

    5. de uitvoering van activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend of verleend kan worden die geen betrekking heeft op het kappen van houtopstanden of het bouwen van een bouwwerk;

    6. het bouwrijp opleveren van een perceel waarbij bomen van het bouwvlak zijn verwijderd.

  2. Het eerste lid, onder d tot en met f, is niet van toepassing op uitzonderlijke houtopstanden.

  3. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand verlenen in verband met:

    1. het bouwen van een bouwwerk;

    2. de veroorzaakte overlast;

    3. de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden van de houtopstand;

  4. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over toepassing van dit artikel.