1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester:

    1. in door hem aangewezen gebieden of gebouwen bedrijfsmatige activiteiten te verrichten; of

    2. door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteiten te verrichten.

  2. De burgemeester kan overgaan tot aanwijzing van gebieden, gebouwen of bedrijfsmatige activiteiten indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is:

    1. om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen;

    2. in het belang van openbare orde en veiligheid;

    3. om criminaliteit te voorkomen of te bestrijden.

  3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over toepassing van dit artikel.

  4. Op een vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.