1. In afwijking van artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning, als:

    1. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of een voorbereidingsbesluit;

    2. niet is voldaan aan een of meer eisen gesteld in artikel 2:28, derde lid.

    3. voor de openbare inrichting een vergunning op grond van de Alcoholwet is vereist en deze is geweigerd, ingetrokken of de aanvraag om die vergunning buiten behandeling is gelaten;

    4. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet in overeenstemming zal zijn met de aanvraag;

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als:

    1. naar zijn oordeel de aanwezigheid van de openbare inrichting gevaar veroorzaakt voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;

    2. een aan de vergunninghouder eerder verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid voor dezelfde of een andere openbare inrichting op grond van het bepaalde in artikel 2:28b op enig moment in de afgelopen 5 jaar is ingetrokken.