Het bepaalde in deze afdeling geldt niet voor:

  1. windschermen om boomgaarden;

  2. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

  3. kweekgoed;

  4. houtopstand die gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:

    • een oppervlak beslaat van maximaal 10 are

    • bestaat uit een rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;

  5. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, onverminderd het bepaalde in artikel 4:11e;

  6. bomen, onverminderd de herplant- en instandhoudingsplicht en de landschappelijke inpassing op grond van het bestemmingsplan, met een stamomtrek van 80 cm of minder, op een hoogte van 1,30 meter, gemeten vanaf het maaiveld.