1. De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal:

  2. te vervoeren naar de naast bijgelegen verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan of;

  3. het over te dragen aan de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt.

  4. Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen.