1. Voor de in artikel 3, eerste lid en artikel 14, eerste lid van de Alcoholwet vervatte verboden geldt ten aanzien van het houden van proeverijen in slijterijen een algemene vrijstelling, als bedoeld in artikel 25e van de Alcoholwet.

  2. Voor de vrijstelling zoals in lid 1 genoemd, gelden de volgende eisen:

    1. de proeverij vindt plaats buiten de normale openingstijden van de slijtlokaliteit, maar binnen de openingstijden van de Winkeltijdenwet;

    2. in een slijtlokaliteit wordt maximaal één proverij per dag gegeven en maximaal drie proeverijen per week;

    3. de kosten voor deelname aan een proeverij zijn voor aanvang van de proeverij door een leidinggevende van het slijtersbedrijf vastgesteld;

    4. de deelnemers van een proeverij zijn voor aanvang van de proeverij door een leidinggevende van het slijtersbedrijf vastgesteld;

    5. de deur van de slijtlokaliteit is gedurende een proeverij gesloten voor publiek anders dan de deelnemers aan de proeverij.

  3. Tijdens een proeverij is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende en alcoholvrije drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse, met uitzondering van alcoholhoudende en alcoholvrije drank die in het kader van die proeverij is verstrekt voor gebruik ter plaatse aan de deelnemers van de proeverij.

  4. De burgemeester kan aanvullende beperkingen opleggen ten aanzien van de in lid 1 genoemde algemene vrijstelling.