[Artikel 2:28B lid 7 sub a eerste opsomming bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: ze hebben de leeftijd van 18 jaar bereikt.]

  1. De burgemeester vermeldt in een exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28, het volgende:

    • de vergunninghouder;

    • tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    • de plaats waar de inrichting zich bevindt;

    • de situering en de oppervlakten van de horecalokaliteiten;

    • de voorschriften en/of beperkingen welke aan de vergunning verbonden zijn.

  2. De burgemeester vermeldt in het aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. Een afschrift hiervan is in de inrichting aanwezig. Indien er een alcoholwetvergunning is, werkt het aanhangsel bij die vergunning door; daargenoemde leidinggevenden gelden ook ten aanzien van deze vergunning en eventuele wijzigingen dienen daarin gemaakt te worden.

  3. Horecalokaliteiten waar ook een alcoholwetvergunning voor is aangevraagd en wordt verleend, zijn uitgezonderd van het aanhangsel bij een exploitatievergunning als bedoeld in lid 2.

  4. De vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven.

  5. De melding genoemd in lid 4 geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.

  6. Het is verboden een horecalokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is;

    1. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij die vergunning, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van diezelfde vergunninghouder of;

    2. een persoon wiens bijschrijving op grond van dit artikel is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

  7. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel:

    1. indien de personen als bedoeld in lid 2, niet voldoen aan de volgende eisen:

      • ze hebben de leeftijd van 8 jaar bereikt;

      • ze zijn niet in enig opzicht van slechts levensgedrag;

      • ze staan niet onder curatele.

    2. in geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  8. Voorafgaand aan het beslissen op een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel kan het Bureau integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.