Artikel 4:10a en 4:11.1 tot en met 4:11.8 zijn niet van toepassing voor de gebieden zover deze zijn gelegen binnen de bestemmingsplannen Kernen 2016 en Buitengebied gemeente Dalfsen (3e verzamelplan) voor zover deze door de gemeenteraad zijn vastgesteld op en herzien na 26 juni 2017.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Dalfsen 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:50b
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Paragraaf Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 11.Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Paragraaf Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Paragraaf Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden
Paragraaf Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
Paragraaf Afdeling 6 Kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod
Paragraaf Afdeling 2. Collecteren
Paragraaf Afdeling 3. Venten
Paragraaf Afdeling 4. Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5. Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken
Paragraaf Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 8. Vuurverbod
Paragraaf Afdeling 9. Asverstrooiing
Paragraaf Begripsbepalingen
Paragraaf Kleine kansspelen
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 11 Markten
Paragraaf Afdeling 12 Winkelsluiting
Paragraaf Afdeling 13 Gebruik gemeentewapen
HOOFDSTUK SANCTIE-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Paragraaf
Artikel 4:10a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 30 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg, met de onder sub a genoemde minimale dwarsdoorsnede.
monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een bijzondere leeftijd, schoonheid- of zeldzaamheidswaarde of een bijzondere functie voor de omgeving en opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 4:11.3 van deze verordening.
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of de ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.
Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
bebouwde kom: de bebouwde kom volgens de op grond van artikel 4.1 sub a van de Wet natuurbescherming (voorheen Boswet).
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand.
Artikel 4:10b
beleidsregels
De regels rondom het vellen van bomen en houtopstanden zijn nader uitgewerkt in de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde “Beleidsregels houtopstanden gemeente Dalfsen 2018” en diens rechtsopvolger.
Artikel 4:11.1:
Kapverbod monumentale bomen
1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag monumentale bomen te vellen of te doen vellen.
Artikel 4:11.2:
Kapverbod houtopstand
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen, onverminderd het gestelde in artikel 4:11.1 lid 1.
Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt eveneens voor:
houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 4:11.8 en 4:11.9 van deze verordening;
houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor onderstaande houtopstanden, onverminderd het gestelde in artikel 4:11.1 lid 1.
Bomen binnen de bebouwde kom voor zover ze niet voorkomen op de door het college vastgestelde lijst (van monumentale en waardevolle bomen binnen de bebouwde kom);
Coniferen, dennen, ceders, larixen, niet-geknotte wilgen, niet geknotte populieren, lijsterbessen, sierkersen, sierappels en sierperen buiten de bebouwde kom;
Berken, elzen en meidoorns buiten de bebouwde kom voorzover ze geen onderdeel uitmaken van een rijbeplanting van meer dan vijf bomen of een singelbeplanting van minimaal 2,5 meter breed en 5 meter lang;
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van Burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:11.8 en 4:11.9 van deze verordening;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
houtopstanden die bij wijze van dunnen geveld moeten worden.
Artikel 4:11.3:
Monumentale bomen
Burgemeester en wethouders hebben een lijst met monumentale bomen vastgesteld. Deze lijst bevat in ieder geval de bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting, aangevuld met lokale en toekomstige monumentale en waardevolle bomen.
De lijst bevat minimaal de volgende gegevens, inzake de te beschermen monumentale boom: Redengevende beschrijving
soort boom;
standplaats;
kadastrale gegevens;
foto’s.
De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van monumentale bomen is verplicht Burgemeester en wethouders onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:
het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende ontheffing;
de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.
Artikel 4:11.4:
Aanvraag
De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd door of namens, dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken, onder overlegging van een overzicht van de overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project.
Artikel 4:11.5:
Criteria
Bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.
Vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 4:11.1 lid 1 en 4:11. Lid 12, wordt onder verwijzing naar beleid (zie artikel 4:10b) geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:
natuur en milieuwaarden;
landschappelijke waarden;
cultuurhistorische waarden;
waarden van stads en dorpsschoon;
waarden voor recreatie en leefbaarheid.
Artikel 4:11.6:
Intrekking of wijziging
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de vergunning of ontheffing zijn verstrekt;
indien na het verlenen van de vergunning of ontheffing, op grond van verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening, wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan ontheffing of vergunning is vereist;
indien aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of indien deze termijn ontbreekt, binnen een redelijke termijn.
Artikel 4:11.7:
Beperking geldigheidsduur
De omgevingsvergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is gemaakt, tenzij een langere termijn noodzakelijk is vanwege de voorzienbare langere uitvoeringstermijn van een project.
In het geval het een omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan één boom betreft, is de omgevingsvergunning voor alle bomen slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom of enkele bomen al geveld zijn, behoudens de in het eerste lid gestelde bevoegdheid tot het voorschrijven van een langere termijn.
Artikel 4:11.8:
Voorschriften
Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant.
In het voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.
Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk herplantfonds.
De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 4:11.8 kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimummaat.
Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen, ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
De herplantplicht of de vergoeding van de Boomwaarde wordt door het college van burgemeester en wethouders opgelegd conform de vastgestelde “Beleidsregels houtopstanden gemeente Dalfsen 2018” en diens rechtsopvolger;
Artikel 4:11.9:
Herplant /instandhoudingsplicht
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergunning of ontheffing van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt een financiële bijdrage gestort in het gemeentelijk herplantfonds. De financiële bijdrage wordt bepaald aan de hand van de boomwaarde.
De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 4:11.9 kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 4:10 van deze verordening genoemde minimummaat.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen of;
een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.
Artikel 4:11.10:
Schadevergoeding
Vervallen vanwege ontbreken vervanging artikel 17 van de Boswet in de Wet natuurbescherming en deze wet voorziet niet in overgangsrecht.
Artikel 4:11.11:
Afstand van de erfgrenslijn
De afstand als bedoeld in artikel 5:42 tweede lid Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op:
2 meter voor bomen en houtopstanden die niet vallen onder art 4.11.11 lid c t/m f.
50 cm voor heggen en heesters.
25 cm voor bomen en houtopstanden die staan vermeld op lijst van waardevolle en monumentale bomen.
25 cm voor bomen en houtopstanden die als landschappelijk waardevol element zijn aangemerkt binnen het Landschapsontwikkelingsplan Dalfsen.
50 cm voor gemeentelijke bomen en houtopstanden die na inwerkingtreding van deze verordening zijn aangeplant.
Nihil voor gemeentelijk bomen en houtopstanden die voor inwerkingtreding van deze verordening zijn aangeplant.
Artikel 4:11.12
Bestrijding van boomziekten
Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:
de houtopstand te vellen;
conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.
Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouder gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.
Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.
Artikel 4:11.13:
Bescherming gemeentelijke houtopstand
Het is verboden om gemeentelijke houtopstanden:
te beschadigen, te bekladden of te beplakken of;
daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken.
Het is verboden zonder vergunning van Burgermeester en wethouders één of meer voorwerpen in of aan een in lid 1 bedoelde houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen.
Artikel 4:12
(Vervallen)