1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren; een aanvraag voor een vergunning voor een A-evenement moet, in afwijking van het artikel 1:8 gestelde, uiterlijk acht weken voor aanvang van het evenement worden ingediend, een aanvraag voor een vergunning voor een B-evenement uiterlijk twaalf weken voor aanvang, en een aanvraag voor een vergunning voor een C-evenement uiterlijk zestien weken voor aanvang.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste veertien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  4. Voorts is geen vergunning vereist voor de door de burgemeester nader aan te wijzen specifieke evenementen met een zeer laag risico voor aantasting van de openbare orde. De burgemeester kan hierbij voorwaarden stellen waaraan het evenement moet voldoen.

  5. De burgemeester kan binnen zeven dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het derde lid te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  6. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  7. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

  8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  10. De burgemeester kan nadere regels stellen.