Algemene plaatselijke verordening gemeente Dalfsen 2026 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk

Artikel 2:71

Definitie

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:72

Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

(gereserveerd)

Artikel 2:73

Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

  1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

  2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

  3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1o, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:73a

Verbod carbid te schieten

  1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan kan onder voorwaarden vergunning verlenen voor locaties binnen de bebouwde kom.

  3. 3. Geen vergunning is vereist voor het op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen buiten de bebouwde kom indien:

    1. gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 100 liter; en

    2. de vaten zijn afgesloten met zacht materiaal; en

    3. het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen; en

    4. het gebruik plaatsvindt op 31 december, van 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar; en

    5. wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en

    6. De betreffende locatie is gelegen op een afstand van tenminste:

      1. 75 meter van woonbebouwing; en

      2. 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg; en

      3. 300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden; en

      4. 500 meter van een vogelbeschermingsgebied.

    7. het schietterrein wordt afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal.

  4. Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het tweede en derde lid niet van toepassing is.

  5. Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Dalfsen 2026