1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden, 2:26 Ordeverstoring, 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting, 2:21 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf, 2:31 verboden gedragingen, 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal, 2:42 Plakken en kladden, 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen, 2:48 Verboden drankgebruik, 2:57 Loslopende honden, 2:58 Verontreiniging door honden, 2:59 Gevaarlijke honden, 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling, 2:74 Drugshandel op straat, 2:74a Openlijk drugsgebruik, 2:75 Bestuurlijke ophouding, 2:78 Gebiedsontzeggingen, Hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen, 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke, 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame, 5:8 Grote voertuigen, 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden, 5:32 Crossterreinen.

  2. Overtreding van het bij of krachtens de overige artikelen, met uitzondering van artikel 2:10 lid 4, artikel 2:11, artikel 4.11.1 en artikel 4:11.2, bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, en 4:11.1, eerste lid en 4:11.2 eerste lid.

  4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.