-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing met het kennelijke doel de openbare orde te verstoren dan wel dreiging naar personen uit te laten gaan, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Degene die op een openbare plaats:
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
-
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
-
Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Castricum 2023 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
Afdeling Voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Speelgelegenheden, kansspelautomaten, en speelautomatenhallen.
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling en goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
HOOFDSTUK REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK SANCTIE-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
-
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste twee werkdagen voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
-
De kennisgeving bevat:
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen
-
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
-
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:6
Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
-
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
-
Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:9
Vertoningen op openbare plaatsen
-
Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen.
-
De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
[vervallen]
Artikel 2:16
Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
-
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
-
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:24
Definities
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoop- en theatervoorstellingen;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening;
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder g.
-
Onder evenement wordt mede verstaan:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van; deze verordening, op de weg;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg
een straatfeest of buurtbarbecue op één dag;
een snuffelmarkt;
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
-
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een regulier evenementen, een aandachtevenement en een risicovol evenement:
regulier evenement: evenement waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
aandachtevenement: evenement waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
risicovol evenement: evenement waarbij het zeer waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Artikel 2:25
Evenementenvergunning
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
-
De burgemeester kan een vergunning weigeren indien de termijn tussen de aanvraag om vergunning en de beoogde datum van het evenement minder bedraagt dan:
risicovol evenement: 25 weken;
aandachtevenement: 19 weken;
regulier evenement: 8 weken.
-
Het eerste lid geldt niet bij een klein evenement. Hiervan is sprake indien:
het evenement een incidenteel karakter heeft en niet langer duurt dan 1 dag;
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;
het evenement wordt gehouden tussen 08.00 uur en 23.00 uur;
geluid wordt geproduceerd tussen 08.00 uur en 23.00 uur en het geluidsniveau maximaal 70 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning inclusief straffactor van 10 dB(A) voor muziekgeluid bedraagt;
het evenement niet plaatsvindt op een doorgaande route, (brom)fietsgelegenheid of anderszins een (grote) belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
er niet bedrijfsmatig of tegen een vergoeding alcohol wordt geschonken;
er niet in de openlucht vuur wordt gestookt anders dan kaarsen, fakkels en dergelijke en/of vuur gebruikt wordt voor koken, bakken en braden (barbecue);
er geen evenement plaatsvindt op dezelfde datum en op dezelfde locatie; en
de organisator de burgemeester tenminste 14 werkdagen voorafgaand aan het evenement in kennis stelt met een door de burgemeester vastgesteld formulier.
-
De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding, als bedoeld in het derde lid, onder i, besluiten het evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
-
De burgemeester kan voorschriften stellen met het oog op een ordelijk en veilig verloop van een evenement als bedoeld in het derde lid en met het oog op het voorkomen van hinder voor derden.
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid nadere regels stellen voor het organiseren van evenementen.
-
Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.
-
Het tweede lid is niet van toepassing op de door de burgemeester aangewezen categorieën vechtsportwedstrijden of -gala’s.
-
De burgemeester weigert de aanvraag om een vergunning voor de door de burgemeester aangewezen categorieën vechtsportwedstrijden of -gala’s, ingeval de vergunningaanvrager c.q. organisator van het evenement naar zijn oordeel van slecht levensgedrag is.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:27
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
exploitant: de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgebaat.
geleidelijk sluitingsuur: het hanteren van een geleidelijke sluiting waarbij een uur voor de daadwerkelijke sluitingstijd geen bezoekers meer mogen worden toegelaten tot de openbare inrichting, de muziek op dat moment wordt uitgezet en het licht aan, de tap een half uur voor de daadwerkelijke sluitingstijd dicht is en op het moment van de daadwerkelijke sluitingstijd de openbare inrichting leeg en gesloten voor bezoekers is.
horeca-categorie lichte horeca: openbare inrichtingen, die gelet op de aard en omvang ervan zowel uit functioneel als uit milieuoverwegingen niet of nauwelijks storend kunnen werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze openbare inrichtingen; onder deze categorie vallen onder andere een broodjeszaak, theehuis en lunchroom;
horeca-categorie middelzware horeca: openbare inrichtingen, die gelet op de aard en omvang ervan zowel uit functioneel als uit milieuoverwegingen in geringe mate storend kunnen werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze openbare inrichtingen; onder deze categorie vallen onder andere een restaurant, caférestaurant, café, bar, snackbar en cafetaria;
horeca-categorie zware horeca: openbare inrichtingen, die gelet op de aard en omvang ervan zowel uit functioneel als uit milieuoverwegingen in min of meer ernstige mate storend kunnen werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze openbare inrichtingen; onder deze categorie vallen onder andere een dancing, discotheek en nachtclub;.
leidinggevende: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon voor wiens rekening en risico wordt uitgebaat alsmede de natuurlijke personen die de algemene leiding en/of dagelijkse leiding van de openbare inrichting heeft;
ondersteunende horeca: een openbare inrichting waarbij de horeca-activiteit (bestaand uit het verstrekken van alcoholhoudende en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse, al of niet gepaard gaande met het verstrekken van kleine eetwaren en/of maaltijden) niet het hoofdaandeel van de exploitatie uitmaakt en altijd ondergeschikt is aan een andere hoofdactiviteit, een georganiseerde activiteit of statutaire doelstelling. Ondersteunende horeca kan deel uitmaken van detailhandel, dansscholen, sporthallen en multiculturele centra;
openbare inrichting: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Een buiten een besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.
Artikel 2:28
Exploitatie terrassen
-
Het is verboden een terras behorende bij een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren:
indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
vanwege strijd met het omgevingsplan.
indien de exploitant bij het indienen van de aanvraag geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot zichzelf en de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven.
-
Bij toepassing van de in het tweede lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin het terras is gelegen of zal zijn gelegen;
de aard van het terras;
de belasting waaraan het woonmilieu ter plaatse al blootstaat;
de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende;
het levensgedrag van de exploitant of de leidinggevende;
-
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid onder sub a, kan de burgemeester de vergunning weigeren indien:
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig beheer en veilig gebruik daarvan;
het beoogde gebruik een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan;
-
De burgemeester kan de vergunning weigeren indien sprake is van het geval en onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van de exploitatie van terrassen.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Onder openbare inrichting wordt in dit artikel verstaan: alle openbare inrichtingen, niet zijnde de openbare inrichtingen op het strand.
-
Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 01.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd).
-
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn openbare inrichtingen die vallen onder de horeca-categorie middelzware en zware horeca gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06.00 uur en in de nacht van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur, mits het geleidelijke sluitingsuur wordt gehanteerd.
-
Alle ondersteunende horeca is uitsluitend geopend gedurende de openingstijden van de hoofdactiviteit van het bedrijf waarbinnen de horeca is gevestigd.
-
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn openbare inrichtingen gesloten tussen 3:00 uur en 6:00 uur, mits het geleidelijke sluitingsuur wordt gehanteerd, tijdens de hierna genoemde maatschappelijke feesten:
de kermis in Bakkum voor openbare inrichtingen in de dorpskern Bakkum;
de kermis in Castricum voor openbare inrichtingen in de dorpskern Castricum;
de kermis in Limmen voor openbare inrichtingen in Limmen;
de kermis in Akersloot voor openbare inrichtingen in Akersloot;
het jaarlijkse carnaval;
de nacht voordat Koningsdag wordt gevierd;
de dag waarop Koningsdag wordt gevierd;
de dag waarop Bevrijdingsdag wordt gevierd.
-
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn openbare inrichtingen gesloten tussen 05.00 uur en 06.00 uur in de nacht van 31 december op 1 januari, mits het geleidelijke sluitingsuur wordt gehanteerd.
-
In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden zijn terrassen gesloten:
tussen 00.00 uur en 08.00 uur; of
indien de bijbehorende openbare inrichting gesloten is.
-
In afwijking van het bepaalde in het zesde lid, onder a, zijn terrassen in de maanden juli en augustus gesloten tussen 01.00 uur en 08.00 uur.
-
De burgemeester kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de in dit artikel genoemde sluitingstijden. De burgemeester kan aan de ontheffing of de vrijstelling voorschriften en/of beperkingen verbinden.
-
De burgemeester kan nadere regels vaststellen over het aanwezig hebben van een horecaportier.
-
Het bepaalde in het vijfde lid is ook van toepassing op de daartoe door de burgemeester aan te wijzen feesten en de daarbij genoemde openbare inrichtingen en/of gebieden.
-
Het bepaalde in het tweede tot en met en het elfde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
Op de aanvraag om een vrijstelling of ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29a
Sluitingstijd horeca op het strand
-
Openbare inrichtingen op het strand zijn gedurende de periode 15 maart tot 1 november gesloten op maandag tot en met zondag tussen 01.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd) en gedurende de periode 1 november tot 15 maart op maandag tot en met zondag tussen 23.00 uur en 08.00 uur (sluitingstijd).
-
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn openbare inrichtingen op het strand in de periode van 15 maart tot 1 november in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag gesloten tussen 1.30 uur en 06.00 uur, mits het geleidelijke sluitingsuur wordt gehanteerd.
-
Alle ondersteunende horeca is uitsluitend geopend gedurende de openingstijden van de hoofdactiviteit van het bedrijf waarbinnen de horeca is gevestigd.
-
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn openbare inrichtingen gesloten tussen 03.00 uur en 06.00 uur, mits het geleidelijke sluitingsuur wordt gehanteerd, tijdens de hierna genoemde maatschappelijke feesten:
het jaarlijkse carnaval;
de nacht voordat Koningsdag wordt gevierd;
de dag waarop Koningsdag wordt gevierd;
de dag waarop Bevrijdingsdag wordt gevierd.
-
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn openbare inrichtingen gesloten tussen 05.00 uur en 06.00 uur in de nacht van 31 december op 1 januari, mits het geleidelijke sluitingsuur wordt gehanteerd.
-
In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden zijn terrassen gesloten:
tussen 00.00 uur en 08.00 uur; of
indien de bijbehorende openbare inrichting gesloten is.
-
De burgemeester kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de in dit artikel genoemde sluitingstijden. De burgemeester kan aan de ontheffing of vrijstelling voorschriften en/of beperkingen verbinden.
-
De burgemeester kan nadere regels vaststellen over het aanwezig hebben van een horecaportier.
-
Het bepaalde in het vierde is ook van toepassing op de daartoe door de burgemeester aan te wijzen feesten en de daarbij genoemde openbare inrichtingen en/of gebieden.
-
Het eerste tot en met het negende lid is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
Op de aanvraag om een vrijstelling of ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op gevallen waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:30a
Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf
Het is bezoekers verboden zich in een openbare inrichting te bevinden gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens de artikelen 2:29, 2:29a of ingevolge een op grond van die artikelen of op grond van artikel 2:30 genomen besluit of besluiten gesloten dient te zijn.
Artikel 2.30b
Sluiting gebouw
-
De burgemeester kan de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar:
is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen;
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of
zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
-
De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen.
-
De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van het gebouw, de inrichting of de ruimte, of in de directe nabijheid daarvan.
-
De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
-
Het is verboden een gebouw, inrichting of ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen.
-
Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf het gebouw, de inrichting of de ruimte te betreden.
-
Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of een bij de woning of dat lokaal behorend erf.
Artikel 2:32:
Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
-
In dit artikel wordt verstaan onder:
exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;
bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
-
De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.
-
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:
in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of
indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;
indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;
indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een Omgevingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende Beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of het Besluit activiteiten leefomgeving.
-
De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder;
het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder;
een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.
-
Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien:
door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of
door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of
de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of
de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of
er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of
er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of
de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of
de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend Omgevingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving. of een gebiedsplan.
-
Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
-
Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.
-
De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
-
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.
-
Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
-
De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.
-
In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
-
Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30a op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank,
horecabedrijf,
horecalokaliteit,
inrichting,
paracommerciële rechtspersoon,
sterke drank,
slijtersbedrijf en
zwak-alcoholhoudende drank: dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:34b
Regulering paracommerciële rechtspersonen
-
Een paracommerciële rechtspersoon kan onverminderd artikel 2:29 alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.
-
Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 2:29 zijn paracommerciële rechtspersonen gesloten op maandag tot en met zondag tussen 00.00 uur en 08.00 uur.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 2:34f
Verbod ‘happy hours’
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Artikel 2:35
Definitie
In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2:36
Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel 2:38
Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Artikel 2:38a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan
de Wet: de Wet op de kansspelen;
Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000, Stb. 224, houdende regels ter uitvoering van titel VA van de Wet;
speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen.
speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;
behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;
kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;
exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;
beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een speelautomatenhal;
-
Overige in deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:39:
speelgelegenheden
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te vestigen of te exploiteren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door exploitatie van de speelgelegenheid; of
de exploitatie of vestiging van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40
g: intrekkingsgronden vergunning speelautomatenhal
De burgemeester kan de vergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40 d sub e;
indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden, beperkingen en nadere regels;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken.
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
-
Het college wijst in elke kern tenminste één aanplakbord aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
-
De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering direct ter inzage af te geven.
Artikel 2:43
Vervoer plakgereedschap e.d.
-
Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.
-
Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
-
Het is verboden tussen de vrijdag vanaf 22.00 uur en de zaterdag tot 07.00 uur voor Pinksteren op de weg te vervoeren of bij zich te hebben enig middel, bestemd of geschikt om daarmee de weg, straatmeubilair, voer- of vaartuigen, gebouwen, bouwwerken, objecten voor handelsreclame of andere objecten te vernielen, beschadigen, onbruikbaar te maken, besmeuren of bevuilen.
-
Dit verbod is niet van toepassing indien duidelijk is of wordt gemaakt, dat de genoemde materialen niet gebruikt zijn bij, of bestemd zijn voor de in het vorige lid genoemde handelingen.
Artikel 2:44
Vervoer inbrekerswerktuigen
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:47
a: messen en andere voorwerpen als wapen
-
Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:48
a: Verboden lachgasgebruik
-
Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon-of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
-
Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon-en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
-
het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:51
Neerzetten van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:57
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd; of
op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
-
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
De verboden in het eerste lid, aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een blindengeleide- of hulphond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is.
-
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
De eigenaar of houder van een hond is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van het in dit artikel bepaalde, aan te tonen dat hij bij het uitlaten van de hond een deugdelijk opruimmiddel bij zich heeft, dat gezien de vorm en constructie als zodanig geschikt is voor het verwijderen van uitwerpselen.
Artikel 2:59
a: gevaarlijke honden op eigen terrein
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod, muilkorfgebod, en/of aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59 eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings-, en verdedigingswerk.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden;
het terrein is voorzien van een zodanige hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:65
Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2:66
Definitie
In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
-
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:
Het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen.
-
Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:68
Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde adressen;
als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;
-
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
-
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
-
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:71
Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:72
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
-
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:73
Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
-
Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
-
Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
-
De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:73a
Carbid schieten
-
Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen in een al dan niet afgesloten vat, bus, fles of dergelijk voorwerp op explosieve wijze te verbranden.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
-
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a
Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel:
artikel 2:1 (samenscholingsverbod);
artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen);
artikel 2:47a (messen en andere voorwerpen als wapen)
artikel 2:48 (verboden drankgebruik, hinderlijk drankgebruik);
artikel 2:48 a (verboden lachgasgebruik)
artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen);
artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten)
artikel 2:73 (bezigen van vuurwerk)
artikel 2:73a (carbid schieten)
artikel 2:74 ((drugshandel op straat)
artikel 2:74a (openlijk drugsgebruik);of
artikel 5:34 (verbod om vuur te stoken).
van deze Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
-
De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
-
De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van de volgende andere plaatsen:
parkeerplaatsen, parkeergarages en parkeerterreinen;
afvalinzamelplaatsen, vuiloverslagstations en milieustraten.
publieke voorzieningen zoals zwembaden en fietsstallingen en dergelijke.
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven om zich gedurende ten hoogste twaalf weken niet in een of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
-
Het is verboden zich te gedragen in strijd met het door de burgemeester opgelegde bevel.
-
De burgemeester kan nadere regels stellen over de toepassing van dit artikel.
-
De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
-
Degene die een woning of bij een woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit de woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke geluidshinder, hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op het erf aanwezig zijn, overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of erf en intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
-
Als de burgemeester een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht, kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verder schending te voorkomen.