1. Het is verboden gedurende het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober een vaartuig, vanaf de weg of vanuit zee op het strand te brengen, op het strand te hebben of vanaf het strand in zee te brengen of zich daarmee in de aan het strand grenzende zeestrook binnen een afstand van 300 meter vanaf het strand te bevinden of daarmee te varen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op vaartuigen in gebruik bij de politie en het door het college als zodanig erkende reddingswezen.

  3. Het college wijst een zone aan op het strand en in de zee waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.