1. Het is verboden buiten een inrichting toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overige omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het verbod in het eerste lid geld niet als,

    1. de geluidhinder wegonderhoudswerkzaamheden of onderhoud aan spoorwegen betreffen en

    2. deze werkzaamheden niet langer dan 5 dagen duren en

    3. de omwonenden tijdig op de hoogte zijn gebracht van de mogelijke geluidhinder.

  3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

  5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.