(Vervallen)
Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2.41
- Artikel 2.42
- Artikel 2.43
- Artikel 2.44
- Artikel 2.45
- Artikel 2.46
- Artikel 2.47
- Artikel 2.47A
- Artikel 2.48
- Artikel 2.48A
- Artikel 2.49
- Artikel 2.50
- Artikel 2.50A
- Artikel 2.51
- Artikel 2.52
- Artikel 2.53
- Artikel 2.54
- Artikel 2.55
- Artikel 2.56
- Artikel 2.57
- Artikel 2.57A
- Artikel 2.58
- Artikel 2.59
- Artikel 2.59A
- Artikel 2.60
- Artikel 2.60A
- Artikel 2.61
- Artikel 2.62
- Artikel 2.63
- Artikel 2.64
- Artikel 2.65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 5.2
Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.3
Te koop aanbieden van voertuigen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.4
Defecte voertuigen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.5
Voertuigwrakken
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.6
Kampeermiddelen en andere voertuigen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.7
Parkeren van reclamevoertuigen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.8
Parkeren van grote voertuigen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.9
Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.10
Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.11
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.12
Overlast van fiets of bromfiets
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.13
Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die in besloten kring wordt gehouden.
-
Het verbod geldt niet voor collectes die op het collecterooster van het Centraal Bureau voor de Fondsenwerving staan.
-
Het college kan onder door hem te stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen of wervingen die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5.14
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
-
Onder venten wordt niet verstaan:
het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.22;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 3.58 van de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum.
Artikel 5.15
Ventverbod
-
Het is verboden te venten als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
-
Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 uur en 09.00 uur.
-
Het verbod in het tweede lid geldt niet voor venten met etenswaren voor zover dat niet aan de deur gebeurt op maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 uur en 22.00 uur en op zondag tussen 13.00 uur en 22.00 uur.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Het is verboden te venten aan de deur.
Artikel 5.16
Vrijheid van meningsuiting
-
Het verbod als bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
-
Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen:
op door het college aangewezen openbare plaatsen, of
voor bepaalde dagen en uren.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5.18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.19
Toestemming rechthebbende
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.20
Afbakeningsbepalingen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.21
[Gereserveerd]
Artikel 5.22
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen.
-
Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:
een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
een evenement als bedoeld in artikel 2.24.
Artikel 5.23
Organiseren van een snuffelmarkt
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.
-
Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
-
De burgemeester kan de vergunning weigeren wegens strijd met het omgevingsplan.
Artikel 5.24
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
-
Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
-
Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.
-
De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.
-
Van de melding wordt kennis gegeven door publicatie in het digitale gemeenteblad.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 5.25
Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.25A
Permanente ligplaatsen voor recreatievaartuigen in de Blaricummermeent
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.25B
Tijdelijke ligplaatsen voor recreatievaartuigen in de Blaricummermeent
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.26
Aanwijzingen ligplaats
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.27
Verbod innemen ligplaats
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.27A
Verwaarloosde vaartuigen
-
Het is verboden een vaartuigwrak in het openbaar water dan wel op de weg te plaatsen of te hebben, dan wel zodanig te plaatsen dat dit vanaf een openbare plaats zichtbaar is en het uiterlijk aanzien van de gemeente schaadt, dan wel hinder, gevaar of verontreiniging veroorzaakt.
-
Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, alsmede omvangrijke samenstellende delen van een of meer vaartuigen die in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5.28
Beschadigen van waterstaatswerken
-
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 5.29
Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5.30
Veiligheid op het water
-
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5.30A
Brug klimmen en springen in openbaar water
-
Het is verboden op bruggen en andere kunstwerken in beheer, eigendom of bedieningsverantwoordelijkheid van het college te klimmen of hiervan af te springen in openbaar water.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
-
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is.
Artikel 5.30B
Verbod varen met vaartuig
-
Het is verboden op het openbaar water binnen de Blaricummermeent met een vaartuig:
sneller te varen dan 6 km/u;
te varen met gebruik van een motor als deze een vermogen van meer dan 3kW heeft.
-
Het eerste lid geldt niet voor vaartuigen ten dienste van politie, brandweer en hulp- en reddingsdiensten.
-
Het eerste lid, aanhef en onder b, geldt niet voor beheer- en onderhoudsvaartuigen.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet of het Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 5.30C
Vervoer van personen met vaartuigen en verhuur van vaartuigen voor personenvervoer
-
Behoudens het bepaalde in de Wet personenvervoer 2000 en de Binnenvaartwet is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op een openbaar water binnen of vanuit de gemeente tegen directe of indirecte betaling of vergoeding:
met een vaartuig personen te vervoeren of te doen vervoeren;
een vaartuig te verhuren of te doen verhuren voor personenvervoer;
een vaartuig anderszins ter beschikking te stellen of te doen stellen voor personenvervoer.
-
Aan de in het vorige lid bedoelde vergunning kunnen door de burgemeester en wethouders voorwaarden worden gesteld.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6, zijn burgemeester en wethouders bevoegd de vergunning in te trekken, dan wel de vergunningsvoorwaarden te wijzigen in het belang van de openbare orde of gezondheid.
-
De schipper van het vaartuig waarmee handelingen als bedoeld in het eerste lid geschieden, is verplicht op eerste vordering van een opsporingsambtenaar de vergunning ter inzage af te geven.
-
Een afschrift van de in het eerste lid bedoelde vergunning wordt aan de politie te water gezonden.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5.31
Overlast aan vaartuigen
-
Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.
-
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Artikel 5.32
Crossterreinen
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.33
Beperking verkeer in natuurgebieden
(Vervallen; opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023)
Artikel 5.33A
Voorschriften natuurgebieden en andere terreinen
Onverminderd het bepaalde in artikel 5.33 kunnen burgemeester en wethouders ten aanzien van door hen bij besluit aangewezen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik bedoelde terreinen voorschriften stellen:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van de zedelijkheid;
ter voorkoming van gevaar, schade en/of overlast;
ter bescherming van het milieu;
in het belang van de volksgezondheid.
Artikel 5.34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
-
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
-
Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
vuur voor koken, bakken en braden.
-
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
-
De in het tweede lid onder c gestelde uitzondering geldt niet voor het Voorland Stichtse Brug, tenzij gebruik wordt gemaakt van de door de gemeente geplaatste vaste barbecues.
Het is op dit voorland tussen 1 april en 1 oktober verboden ander vuur voor koken, bakken en braden (barbecueën) aan te leggen, te stoken of te hebben, dan in deze vaste barbecues.
Voor het aanleggen, stoken of hebben van een vuur voor koken, bakken en braden (barbecueën) tussen 1 oktober en 1 april op het Voorland Stichtse Brug anders dan in de door de gemeente geplaatste vaste barbecues dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het college.
Het college kan regels stellen voor het gebruik van de door de gemeente geplaatste vaste barbecues.
Artikel 5.34A
Verbod op het gebruik van wensballonnen
-
Onder een wensballon wordt verstaan een lampion die door zijn bouwwijze en de verhitting door een brandstofelement kan opstijgen en zweven en na het oplaten zonder sturing wegdrijft.
-
Het is verboden een wensballon op te laten.
Artikel 5.35
Brandgevaarlijke houtopstanden
Het is verboden houtopstanden te creëren van een dermate omvang dat deze opstanden naar het oordeel van de commandant van de brandweer bij een brand op enigerwijze tot gevolg hebben of kunnen hebben dat vuur via deze opstanden kan overslaan naar naburige percelen. De in dit kader door of vanwege de commandant van de brandweer gegeven bevelen inzake het verminderen c.q. verlagen van de houtopstand dienen stipt en onmiddellijk binnen een daartoe gestelde termijn te worden opgevolgd.
Deze bevelen worden schriftelijk gegeven, tenzij dit spoedheidshalve om veiligheidsredenen niet mogelijk is.
Artikel 5.36
(Vervallen)
Artikel 5.37
Verbod carbid te schieten
-
Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden (carbid te schieten).
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 5.38
Definitie
In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5.39
Verboden plaatsen
-
Incidentele asverstrooiing is verboden op:
het Stichtse strandje, alsmede binnen 100 meter uit de kustlijn hiervan;
de verharde delen van de weg en verharde openbare plaatsen;
de openbare sportterreinen en –velden en bijbehorende voorzieningen;
kinderspeelplaatsen;
gemeentelijke begraafplaats, met uitzondering van het strooiveldje en de graven;
andere door het college nader aan te wijzen plaatsen.
-
Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
-
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
Artikel 5.40
Hinder of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.