1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

    3. vuur voor koken, bakken en braden.

  3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

    1. De in het tweede lid onder c gestelde uitzondering geldt niet voor het Voorland Stichtse Brug, tenzij gebruik wordt gemaakt van de door de gemeente geplaatste vaste barbecues.

      Het is op dit voorland tussen 1 april en 1 oktober verboden ander vuur voor koken, bakken en braden (barbecueën) aan te leggen, te stoken of te hebben, dan in deze vaste barbecues.

      Voor het aanleggen, stoken of hebben van een vuur voor koken, bakken en braden (barbecueën) tussen 1 oktober en 1 april op het Voorland Stichtse Brug anders dan in de door de gemeente geplaatste vaste barbecues dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het college.

    2. Het college kan regels stellen voor het gebruik van de door de gemeente geplaatste vaste barbecues.