Onverminderd het bepaalde in artikel 5.33 kunnen burgemeester en wethouders ten aanzien van door hen bij besluit aangewezen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik bedoelde terreinen voorschriften stellen:

  1. in het belang van de openbare orde;

  2. in het belang van de zedelijkheid;

  3. ter voorkoming van gevaar, schade en/of overlast;

  4. ter bescherming van het milieu;

  5. in het belang van de volksgezondheid.