-
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension of Bed & Breakfast met minimaal 6 gastenkamers, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt, campings en vakantieparken met minimaal 40 standplaatsen alsmede fitnesscentra en sportscholen als bedoeld in lid 2.
-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
24-7 Fitnesscentrum: een inrichting waar bedrijfsmatig tegen betaling gedurende 24 uur per dag dan wel geheel of gedeeltelijk gedurende de periode tussen 23.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends met behulp van toestellen gelegenheid wordt gegeven om, veelal op individuele basis, te trainen of te sporten ter bevordering van de gezondheid, conditie en/of spierontwikkeling met uitzondering van de oefenruimte behorende tot een fysiopraktijk;
24-7 Sportschool: een inrichting waar bedrijfsmatig tegen betaling gedurende 24 uur per dag dan wel geheel of gedeeltelijk gedurende de periode tussen 23.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends gelegenheid wordt gegeven om uiteenlopende binnensporten, vooral gevechtssporten, te beoefenen en waar men aan zijn lichaam kan werken door ritmische beweging of fitnesstraining en krachttraining met behulp van daartoe voorziene apparatuur.
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Algemene plaatselijke verordening 2015. BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
Hoofdstuk In deze verordening wordt verstaan onder:
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Paragraaf Afdeling 2.1 Bestrijding van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2.2 Betoging
Paragraaf Afdeling 2.4 Vertoningen e.d. op de weg
Paragraaf Afdeling 2.5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Paragraaf Afdeling 2.6 Veiligheid op de weg
Paragraaf Afdeling 2.7 Evenementen
Paragraaf Afdeling 2.8 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 2.9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 2.10. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 2.11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Paragraaf Afdeling 2.12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen.
Paragraaf Afdeling 2.13 Vuurwerk en carbid
Paragraaf Afdeling 2.14 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 2.15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Paragraaf Afdeling 4.1 Geluidhinder
Paragraaf Afdeling 4.2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Paragraaf Afdeling 4.3 Het bewaren van houtopstanden
Paragraaf Afdeling 4.4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 4.4A Bescherming groenvoorzieningen
Paragraaf Afdeling 4.5 Kamperen buiten kampeerterreinen
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
Paragraaf Afdeling 5.1 Parkeerexcessen
Paragraaf Afdeling 5.2 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
Paragraaf Afdeling 5.4 Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5.5 Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 5.7 Voorschriften voor natuurgebieden/crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 5.8 Verbod vuur te stoken
Paragraaf Afdeling 5.9. Verstrooiing van as
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Paragraaf
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 lid 1 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als:
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum;
een bedrijfskantine of – restaurant;
tearooms of ijssalons.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:28a.
Exploiteren van terrassen bij openbare inrichtingen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.10 is het de houder van een openbare inrichting toegestaan een terras te exploiteren mits:
met betrekking tot de ligging en het onderhoud van het terras door de exploitant de nodige zorgvuldigheid wordt betracht;
het terras niet ontsierend is voor het straatbeeld;
het terras geen gevaar of overmatige hinder oplevert voor de omgeving;
het terras wordt ingericht aansluitend aan het pand waarin het horecabedrijf wordt geëxploiteerd;
op wegen of weggedeelten, bestaande uit een rijbaan en een trottoir, het terras niet op de rijbaan wordt geplaatst en op het trottoir tussen het terras en de rijbaan een vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 1.50 meter resteert voor voetgangers, invaliden- en kinderwagens;
op wegen of weggedeelten, enkel bestaand uit een trottoir, een vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 3.50 meter resteert voor hulpdiensten.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de algemene regels genoemd in het eerste lid.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Openbare inrichtingen waarin bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat, eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor directe consumptie worden verstrekt zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 03.00 en 06.00 uur. Overige openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd).
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tijdens sluitingstijd.
-
De burgemeester kan op verzoek in bijzondere gevallen incidenteel of permanent ontheffing van het sluitingsuur verlenen.
-
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
-
Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
Op de ontheffing van lid 3 is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras;
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34
Zwarte lijst
-
Het is de houder van een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2:27 verboden, niet tot zijn gezin behorende personen in de openbare inrichting toe te laten of te laten verblijven, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van alcoholhoudende drank plegen te maken en wier namen als zodanig schriftelijk door de burgemeester aan die houder zijn opgegeven.
-
Het is aan een persoon, wiens naam ingevolge het bepaalde in lid 1 door de burgemeester aan de houders van openbare inrichtingen, als bedoeld in artikel 2:27 is opgegeven, verboden zich in een dergelijk bedrijf te bevinden, nadat hij schriftelijk door de burgemeester van dit verbod in kennis is gesteld.
-
Het verbod in het eerste en tweede lid geldt voor een bepaalde periode, die niet langer is dan één jaar.