Wet wapens en munitie

Inhoud
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Erkenning
§ 3 Bepalingen voor wapens van categorie I
§ 4 Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 4a Uitvoer van vuurwapens en munitie opgenomen in bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012
§ 5 Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 6 Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7 Overdracht en verkrijging van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7a Markering van vuurwapens en munitie
§ 8 Veiligheidseisen
§ 9 Beroep
§ 9a Registratie ter uitvoering van Richtlijnverplichtingen
§ 10 Bepalingen over de uitvoering van de wet
§ 11 Toezicht op de naleving
§ 11a Opsporing
§ 12 Strafbepalingen
§ 13 Maatregelen
§ 14 Slotbepalingen

Artikel 55a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in artikel 55, vijfde lid, kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde recht worden uitgesproken.

  2. Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in artikel 55, derde tot en met zevende lid, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde rechten worden uitgesproken en kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf heeft gepleegd.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-02-2022 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2026.

Tekst van deze versie

  1. Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in artikel 55, vijfde lid, kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde recht worden uitgesproken.

  2. Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in artikel 55, derde tot en met zevende lid, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde rechten worden uitgesproken en kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf heeft gepleegd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet wapens en munitie